Bijna twintig jaar geleden stond ik op de Berlijnse Muur voor de Brandenburger Tor en riep samen met veel anderen: 'De Muur moet weg, de Muur moet weg.'
Als scholier was ik misschien nog te naïef om de historische dimensies te beseffen van deze belangrijke dagen in de hete herfst van 1989. Ze hebben in Duitsland duidelijk gemaakt wat lef betekent.
Lef van de vele Oost-Duitsers die op straat demonstreerden ondanks mogelijke represailles door de staat en de Stasi. Lef om zich in te zetten voor een betere toekomst, zonder te weten hoe deze toekomst eruit zou zien. Lef om met slechts kleren aan het lijf via Tsjechië of Hongarije naar West-Duitsland te vluchten. Lef dat het onmogelijke waar maakte en het leven van de komende generatie compleet veranderde.
De historische impact van het regeerakkoord van de nieuwe Duitse regering zal zeer waarschijnlijk zwakker zijn dan de herfst van 1989, maar toch is het lef in Duitsland eindelijk weer terug. Na een van de snelste regeringsonderhandelingen aller tijden hebben de kopstukken van de nieuwe Duitse regering, met Angela Merkel voorop, zaterdag het regeerakkoord gepresenteerd. De verkiezingscadeaus komen er: een belastingverlaging van rond 1 procent van het bbp, en - in weliswaar afgezwakte vorm - de lang verwachte hervorming van het hele belastingstelsel.
De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog en je kon ze meteen weer horen: de azijnpissers en beroepszeurders. Voor de ene ging het akkoord niet ver genoeg, voor de andere zou de Duitse economie nu aan een berg van schulden ten onder gaan.
Daarbij laat de regering juist lef zien. Lef dat je in Duitsland niet zo vaak ziet. Ja, de vergrijzing komt en de staat moet schulden aflossen, maar wanneer anders dan nu kan een regering in de komende tien jaar nog de belastingen verlagen?
Nu is het moment om de Duitse economie klaar te stomen voor de komende uitdagingen. In de exportsector zit het wel goed, maar de zwakste schakel is de binnenlandse vraag. Wat kan dan beter helpen dan een onmiddellijke lastenverlichting voor gezinnen en bedrijven? Natuurlijk speculeert de regering ook een beetje, hopend met hogere economische groei de schulden snel achter zich te laten. Maar het is geen onverantwoord gokken. Anders dan andere Europese landen heeft Duitsland dit jaar in de grondwet vastgelegd dat de overheid vanaf 2016 geen nieuwe schulden meer mag opnemen. Begrotingsconsolidatie komt, maar voor structurele veranderingen is het nu of nooit.
Duitsland is niet alleen het land van filosofen en dichters, maar vaak ook van zeurders en zwartkijkers. Al deze critici van het nieuwe regeerakkoord moeten even twintig jaar terugblikken. Lef loont.
Friday, October 30, 2009
Saturday, October 17, 2009
Viel Laerm um nichts?
Nein, große Jubelstürme waren in Brüssel nicht zu vernehmen. Auch keine Eurokraten, die mit Hupkonzert über Brüsseler Straßen fuhren und die Europäische Flagge aus den Autofenstern schwenkten. Aber dennoch, das Irische „ja“ zum Lissabonner Vertrag verursachte doch in Brüssel einen kollektiven Erleichterungsseufzer. Die Krise hat deutlich gemacht, welche Schutzfunktion Europa und der Euro vor allem für kleine Ländern haben. In der Krise gab es zwischen Island und Irland eigentlich nur zwei Unterschiede: das „r“ im Namen und den Euro.
Auf dem Weg zur vollendeten Europaeischen Glückseligkeit fehlt jetzt nur noch das o.k. aus Tschechien. Das tschechische Verfassungsgericht wird den Lissabonner Vertrag wohl bald als gesetzeskonform bewerten. Präsident Vaclav Klaus bleibt jedoch ein ungesteuertes Projektil. Er zögert schon lange mit seiner Unterschrift und fühlt sich deutlich wohl in der Rolle als Europäischer Spielverderber. Da der Druck nach dem Irischen Ja auf Klaus deutlich zugenommen hat, muss nun eines der größten historischen Traumas der Tschechen herhalten: die Sudetendeutschen. In einem letzten Verzweiflungsakt, fordert Klaus Sonderregelungen zur Grundrechtecharta, um alte die Rückgabeforderungen von Vertriebenen des Zweiten Weltkriegs.
Das alles ist viel politisches Ballyhoo und spätestens beim nächsten Gipfeltreffen der EU-Regierungschefs Ende Oktober wird man sich auf einen typischen Europaeischen Kuhhandel einigen können. Vaclav Klaus wird nicht der Stolperstein des Lissabonner Vertrags werden. Europa wird nächstes Jahr den langersehnten neuen Vertrag haben. Und dann? Der neue Vertrag spielt eigentlich nur für die Tribüne, nicht für Tore. Natürlich der Vertrag macht Europa flexibler, verringert Blockademöglichkeiten, gibt dem Europaeischen Parlament eine größere Rolle, den nationalen Parlamenten mehr Macht und dem Buerger sogar das Recht auf Buergerinitiativen. Das alles reicht für Begeisterungsstürme in Brüssel. Menschen und Märkte wollen jedoch Tore sehen und nicht nur schöne Kombinationen.
"Letter from...Brussels", Euro am Sonntag, 17.10.2009
Auf dem Weg zur vollendeten Europaeischen Glückseligkeit fehlt jetzt nur noch das o.k. aus Tschechien. Das tschechische Verfassungsgericht wird den Lissabonner Vertrag wohl bald als gesetzeskonform bewerten. Präsident Vaclav Klaus bleibt jedoch ein ungesteuertes Projektil. Er zögert schon lange mit seiner Unterschrift und fühlt sich deutlich wohl in der Rolle als Europäischer Spielverderber. Da der Druck nach dem Irischen Ja auf Klaus deutlich zugenommen hat, muss nun eines der größten historischen Traumas der Tschechen herhalten: die Sudetendeutschen. In einem letzten Verzweiflungsakt, fordert Klaus Sonderregelungen zur Grundrechtecharta, um alte die Rückgabeforderungen von Vertriebenen des Zweiten Weltkriegs.
Das alles ist viel politisches Ballyhoo und spätestens beim nächsten Gipfeltreffen der EU-Regierungschefs Ende Oktober wird man sich auf einen typischen Europaeischen Kuhhandel einigen können. Vaclav Klaus wird nicht der Stolperstein des Lissabonner Vertrags werden. Europa wird nächstes Jahr den langersehnten neuen Vertrag haben. Und dann? Der neue Vertrag spielt eigentlich nur für die Tribüne, nicht für Tore. Natürlich der Vertrag macht Europa flexibler, verringert Blockademöglichkeiten, gibt dem Europaeischen Parlament eine größere Rolle, den nationalen Parlamenten mehr Macht und dem Buerger sogar das Recht auf Buergerinitiativen. Das alles reicht für Begeisterungsstürme in Brüssel. Menschen und Märkte wollen jedoch Tore sehen und nicht nur schöne Kombinationen.
"Letter from...Brussels", Euro am Sonntag, 17.10.2009
Sunday, September 27, 2009
Diepwerkende wasverzachter
Vandaag is het eindelijk zo ver. De Duitse kiezers gaan naar de stembus en een campagne van afgrijselijke verveling kan toch nog uitmonden in een ware thriller. De gedoodverfde winnaar, een conservatief-liberale coalitie onder bondskanselier Merkel heeft in de recente opiniepeilingen nog maar nauwelijks een meerderheid. Inhoudelijke discussies waren de laatste weken ver te zoeken.
In een jaar met de grootste groeikrimp in meer dan zestig jaar blijft het gebrek aan inhoud en duidelijk geformuleerde keuzes opmerkelijk. Niet alleen bij politici, maar ook bij de bevolking lijkt de noodzaak voor hervormingen en een nieuwe richting voor de Duitse economie niet echt te leven. Anders dan in 2005, toen er in het hele land sprake was van een collectieve depressie, roepen de twee groten partijen nu eigenlijk alleen maar: “verder zo”. Deze zelfgenoegzaamheid is óf kiezersbedrog, óf pure naïviteit.
Het is nu of nooit voor de nieuwe regering om het ‘permanente’ probleem van een zwakke binnenlandse vraag aan te pakken. De grootste economische uitdaging voor de volgende regering is het in evenwicht brengen van de Duitse economie met meer binnenlandse vraag. De Duitse exportsector was competitief en blijft dat ook de komende jaren.
Misschien gaat het ten koste van de titel ‘wereldkampioen export’, maar nu moet vooral aandacht uitgaan naar een cruciaal probleem: Duitsland heeft een van de hoogste belasting voor huishoudens van alle geïndustrialiseerde landen, terwijl de particuliere investeringsquote bijna de laagste in Europa is.
De speelruimte is beperkt, de overheidsfinanciën zijn verslechterd en moeten ook nog worden geconsolideerd. Vanaf 2016 heeft Duitsland de grondwettelijke verplichting van een bijna evenwichtige begroting.
Het is dus geen vrijheid-blijheid verkiezing. De Duitse kiezer kan een duidelijke opdracht geven aan de nieuwe regering voor de toekomstige richting van de economie. Hiervoor moet de kiezer keuzes maken die de partijen zelf tijdens de campagne niet durfden aan te spreken, maar die wel in de partijprogramma’s staan.
Moet het belastingsysteem worden hervormd? Komt er een belastingverlaging voor iedereen of alleen voor lage inkomensgroepen? Moet er een verhoging voor topverdieners worden ingevoerd? Kiest Duitsland voor begrotingsconsolidatie door uitgavenreductie of door belastingverhoging? En komt die begrotingsconsolidatie dan al in 2010 of toch pas in 2011? Zit er een jaarlijkse vermogensbelasting van 5 procent in? Blijft de pensioenleeftijd staan op 67? Voor of tegen kernenergie?
Vragen waar ook andere Europese landen zo moeilijk een antwoord op vinden. Er staat duidelijk meer op het spel dan de wollige campagne de laatste weken deed vermoeden. De verkiezingen van zondag zijn richtingwijzend voor Duitsland en Europa. Het is nu in de handen van de kiezer om de wasverzachter diepwerkende kracht te geven.
Noot: Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
In een jaar met de grootste groeikrimp in meer dan zestig jaar blijft het gebrek aan inhoud en duidelijk geformuleerde keuzes opmerkelijk. Niet alleen bij politici, maar ook bij de bevolking lijkt de noodzaak voor hervormingen en een nieuwe richting voor de Duitse economie niet echt te leven. Anders dan in 2005, toen er in het hele land sprake was van een collectieve depressie, roepen de twee groten partijen nu eigenlijk alleen maar: “verder zo”. Deze zelfgenoegzaamheid is óf kiezersbedrog, óf pure naïviteit.
Het is nu of nooit voor de nieuwe regering om het ‘permanente’ probleem van een zwakke binnenlandse vraag aan te pakken. De grootste economische uitdaging voor de volgende regering is het in evenwicht brengen van de Duitse economie met meer binnenlandse vraag. De Duitse exportsector was competitief en blijft dat ook de komende jaren.
Misschien gaat het ten koste van de titel ‘wereldkampioen export’, maar nu moet vooral aandacht uitgaan naar een cruciaal probleem: Duitsland heeft een van de hoogste belasting voor huishoudens van alle geïndustrialiseerde landen, terwijl de particuliere investeringsquote bijna de laagste in Europa is.
De speelruimte is beperkt, de overheidsfinanciën zijn verslechterd en moeten ook nog worden geconsolideerd. Vanaf 2016 heeft Duitsland de grondwettelijke verplichting van een bijna evenwichtige begroting.
Het is dus geen vrijheid-blijheid verkiezing. De Duitse kiezer kan een duidelijke opdracht geven aan de nieuwe regering voor de toekomstige richting van de economie. Hiervoor moet de kiezer keuzes maken die de partijen zelf tijdens de campagne niet durfden aan te spreken, maar die wel in de partijprogramma’s staan.
Moet het belastingsysteem worden hervormd? Komt er een belastingverlaging voor iedereen of alleen voor lage inkomensgroepen? Moet er een verhoging voor topverdieners worden ingevoerd? Kiest Duitsland voor begrotingsconsolidatie door uitgavenreductie of door belastingverhoging? En komt die begrotingsconsolidatie dan al in 2010 of toch pas in 2011? Zit er een jaarlijkse vermogensbelasting van 5 procent in? Blijft de pensioenleeftijd staan op 67? Voor of tegen kernenergie?
Vragen waar ook andere Europese landen zo moeilijk een antwoord op vinden. Er staat duidelijk meer op het spel dan de wollige campagne de laatste weken deed vermoeden. De verkiezingen van zondag zijn richtingwijzend voor Duitsland en Europa. Het is nu in de handen van de kiezer om de wasverzachter diepwerkende kracht te geven.
Noot: Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
Thursday, September 10, 2009
Alles beter dan Groundhog Day
In de film 'Groundhog Day' speelt Bill Murray een tv-weerman die telkens weer wakker wordt op dezelfde dag, uitgerekend de ergste dag uit zijn leven. In Duitsland neemt voor de burgers nu elke dag de kans toe op een politieke Groundhog Day: een heruitgave van de zogenaamde grote coalitie van christen- en sociaaldemocraten.
Sinds de regionale verkiezingen in drie deelstaten van een week geleden is een verlenging van de grote coalitie, die niemand eigenlijk wil, dichterbij gekomen. De populariteit van kanselier Angela Merkel (CDU) blijft groot, maar de inhoudsarme campagne kost haar partij stemmen. De CDU leed forse verliezen, waardoor een paar politieke kopstukken het pluche moeten opgeven.
De SPD van rivaal Frank-Walter Steinmeier heeft opeens weer wind mee en droomt van een inhaalrace. Dat laatste lijkt rijkelijk voorbarig. Met slechts 8 miljoen inwoners woont in de drie deelstaten Thüringen, Saksen en Saarland niet eens 10 procent van de Duitse bevolking. Bovendien verloor ook de SPD stemmen en ligt ze nog ver achter de CDU.
De spelbederver voor de SPD heet Die Linke. De socialistische partij, die onder de voormalige SPD-baas Oskar Lafontaine is uitgegroeid van communistisch DDR-overblijfsel tot voorvechter van kansarmen, vist in de vijver van de SPD. Samen regeren met Die Linke op federaal niveau is vooralsnog voor elke partij een taboe, ook voor de SPD. Samen met de Groenen lijkt een meerderheid onwaarschijnlijk en een zogenaamde stoplichtcoalitie met de Groenen en de liberalen ketst af wegens tegengestelde opvattingen over kernenergie.
Steinmeier gaat nu dus voor een destructieve strategie. Het motto is nu 'if you can't join them, beat them'. Het officiële doel is niet langer winnen, maar het voorkomen van een mogelijke conservatief-liberale coalitie.
Als die strategie lukt, blijft - met de groeten van Bill Murray - de vermaledijde herhaling van de grote coalitie als enig realistisch alternatief over. Voor Duitsland allesbehalve een zegen.
In 2005 aangetreden als doenercoalitie, zijn de resultaten teleurstellend. De sterke economische groei tot aan de crisis was vooral te danken aan de forse mondiale groei; de prestatie van de arbeidsmarkt was nog het gevolg van de hervormingen van Gerhard Schröder.
Alleen het economische crisismanagement van de afgelopen maanden verdient lof, ook al waren de maatregelen voor de bankensector niet altijd om over naar huis te schrijven. Nu men niet nog een keer op mondiale groei kan vertrouwen, moet een nieuwe regering een duidelijke richting aangeven en doorzetten.
Rechts of links, voor de Duitse economie is alles beter dan een politieke Groundhog Day.
Deze column verscheen in de Belgische De Tijd.
Sinds de regionale verkiezingen in drie deelstaten van een week geleden is een verlenging van de grote coalitie, die niemand eigenlijk wil, dichterbij gekomen. De populariteit van kanselier Angela Merkel (CDU) blijft groot, maar de inhoudsarme campagne kost haar partij stemmen. De CDU leed forse verliezen, waardoor een paar politieke kopstukken het pluche moeten opgeven.
De SPD van rivaal Frank-Walter Steinmeier heeft opeens weer wind mee en droomt van een inhaalrace. Dat laatste lijkt rijkelijk voorbarig. Met slechts 8 miljoen inwoners woont in de drie deelstaten Thüringen, Saksen en Saarland niet eens 10 procent van de Duitse bevolking. Bovendien verloor ook de SPD stemmen en ligt ze nog ver achter de CDU.
De spelbederver voor de SPD heet Die Linke. De socialistische partij, die onder de voormalige SPD-baas Oskar Lafontaine is uitgegroeid van communistisch DDR-overblijfsel tot voorvechter van kansarmen, vist in de vijver van de SPD. Samen regeren met Die Linke op federaal niveau is vooralsnog voor elke partij een taboe, ook voor de SPD. Samen met de Groenen lijkt een meerderheid onwaarschijnlijk en een zogenaamde stoplichtcoalitie met de Groenen en de liberalen ketst af wegens tegengestelde opvattingen over kernenergie.
Steinmeier gaat nu dus voor een destructieve strategie. Het motto is nu 'if you can't join them, beat them'. Het officiële doel is niet langer winnen, maar het voorkomen van een mogelijke conservatief-liberale coalitie.
Als die strategie lukt, blijft - met de groeten van Bill Murray - de vermaledijde herhaling van de grote coalitie als enig realistisch alternatief over. Voor Duitsland allesbehalve een zegen.
In 2005 aangetreden als doenercoalitie, zijn de resultaten teleurstellend. De sterke economische groei tot aan de crisis was vooral te danken aan de forse mondiale groei; de prestatie van de arbeidsmarkt was nog het gevolg van de hervormingen van Gerhard Schröder.
Alleen het economische crisismanagement van de afgelopen maanden verdient lof, ook al waren de maatregelen voor de bankensector niet altijd om over naar huis te schrijven. Nu men niet nog een keer op mondiale groei kan vertrouwen, moet een nieuwe regering een duidelijke richting aangeven en doorzetten.
Rechts of links, voor de Duitse economie is alles beter dan een politieke Groundhog Day.
Deze column verscheen in de Belgische De Tijd.
Wednesday, September 2, 2009
Subsidies voor zonnebanken
Er is nu toch concurrentie voor de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Niet van de sociaaldemocraten, die in de opiniepeilingen nog steeds op ongekende dieptepunten staan, maar van een heel andere kant. Volgens het dagblad Bild-Zeitung is de populairste Duitser van dit moment Horst Schlämmer.
Deze rijzende ster maakt op pijnlijke manier duidelijk wat de tekortkomingen van de verkiezingscampagne zijn. Horst Schlämmer is het alter ego van de populaire komiek Hape Kerkeling. Schlämmer is het drankzuchtige sufferdje van een kleine krant dat nu in een bioscoopfilm een gooi doet naar het kanselierschap. Als een Duitse ‘Borat’ voert hij campagne met kreten als ‘Yes, weekend’ en ‘Alles moet meer zijn’.
Tot zijn programmapunten behoren onder andere subsidies voor zonnebanken en een minimuminkomen van 2.500 euro voor alle Duitsers. Fictie, maar toch zouden rond 20 procent van de Duitsers op hem stemmen. Niet verrassend, want de Duitse verkiezingscampagne, met nog maar een maand te gaan, is allesbehalve flitsend. Geen inhoud, alleen beelden en banaliteiten.
Angela Merkel staat liever te stralen naast een Duitse medaillewinnares tijdens het WK atletiek in Berlijn dan dat ze een discussie voert over de arbeidsparticipatie van vrouwen. En de sociaaldemocraat Frank-Walter Steinmeier praat niet over de toekomst van de auto-industrie, maar volgt liever een spoedcursus handjes schudden en schouderklopjes geven. In plaats van een richtinggevende discussie over de gezondheidszorg gaat het publiek debat over de vraag of de minister van Gezondheid onterecht haar dienstwagen meenam op vakantie.
Campagne à la Schlämmer, maar waar blijft de inhoud? Ondanks een pijnlijke recessie is er geen discussie over het Duitse groeimodel. Onnodig toch, nu de economie weer groeit? Niet echt. De Duitse groei in het tweede kwartaal kwam van de autoverkoop en de export. Beiden alleen mogelijk gemaakt door de conjunctuurpakketten van zowel de Duitse als buitenlandse regeringen.
De Duitse economie groeit op dit moment alleen bij gratie van de overheidsprogramma’s. Zij ligt nog steeds aan het infuus en kan zonder niet overleven. De slooppremie is afgelopen en de werkloosheid dreigt na de verkiezingen fors te stijgen.
Natuurlijk zal de export ook in de komende jaren een belangrijke motor voor de Duitse economie zijn, maar voor een krachtig, houdbaar herstel is een structureel sterkere binnenlandse vraag nodig. De partij die echte antwoorden op die vragen biedt, heeft geen subsidies voor zonnebanken nodig om stemmen te trekken.
Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
Deze rijzende ster maakt op pijnlijke manier duidelijk wat de tekortkomingen van de verkiezingscampagne zijn. Horst Schlämmer is het alter ego van de populaire komiek Hape Kerkeling. Schlämmer is het drankzuchtige sufferdje van een kleine krant dat nu in een bioscoopfilm een gooi doet naar het kanselierschap. Als een Duitse ‘Borat’ voert hij campagne met kreten als ‘Yes, weekend’ en ‘Alles moet meer zijn’.
Tot zijn programmapunten behoren onder andere subsidies voor zonnebanken en een minimuminkomen van 2.500 euro voor alle Duitsers. Fictie, maar toch zouden rond 20 procent van de Duitsers op hem stemmen. Niet verrassend, want de Duitse verkiezingscampagne, met nog maar een maand te gaan, is allesbehalve flitsend. Geen inhoud, alleen beelden en banaliteiten.
Angela Merkel staat liever te stralen naast een Duitse medaillewinnares tijdens het WK atletiek in Berlijn dan dat ze een discussie voert over de arbeidsparticipatie van vrouwen. En de sociaaldemocraat Frank-Walter Steinmeier praat niet over de toekomst van de auto-industrie, maar volgt liever een spoedcursus handjes schudden en schouderklopjes geven. In plaats van een richtinggevende discussie over de gezondheidszorg gaat het publiek debat over de vraag of de minister van Gezondheid onterecht haar dienstwagen meenam op vakantie.
Campagne à la Schlämmer, maar waar blijft de inhoud? Ondanks een pijnlijke recessie is er geen discussie over het Duitse groeimodel. Onnodig toch, nu de economie weer groeit? Niet echt. De Duitse groei in het tweede kwartaal kwam van de autoverkoop en de export. Beiden alleen mogelijk gemaakt door de conjunctuurpakketten van zowel de Duitse als buitenlandse regeringen.
De Duitse economie groeit op dit moment alleen bij gratie van de overheidsprogramma’s. Zij ligt nog steeds aan het infuus en kan zonder niet overleven. De slooppremie is afgelopen en de werkloosheid dreigt na de verkiezingen fors te stijgen.
Natuurlijk zal de export ook in de komende jaren een belangrijke motor voor de Duitse economie zijn, maar voor een krachtig, houdbaar herstel is een structureel sterkere binnenlandse vraag nodig. De partij die echte antwoorden op die vragen biedt, heeft geen subsidies voor zonnebanken nodig om stemmen te trekken.
Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
Sunday, July 19, 2009
Auf der Überholspur zur Ausfahrt?
Die Krise ist vorbei. Die Aufräumarbeiten können nicht schnell genug beginnen. So oder so ähnlich klang in den letzten Wochen der Tenor Europäischer Politiker und Zentralbanker. Beim letzten Europäischen Rat in Brüssel Ende Juni sahen die Regierungsleiter die europäische Wirtschaft schon auf dem Weg zu einem anhaltenden Aufschwung. Letzte Woche verkündete das deutsche Wirtschaftsministerium sowie viele Experten gar das Ende der Rezession in Deutschland. Gleichzeitig sinnieren EZB Präsident Trichet und Bundesbank Präsident Weber aber auch Politiker jeglicher Parteizugehörigkeit über schnelle Ausstiegstrategien aus dem Krisenmanagement. Stehen wir am Vorabend von unerwarteten Zins- und Steuererhöhungen?
Für die Geldpolitik scheint das Abwickeln des Krisenmanagements relativ unproblematisch. Die EZB hat bei all ihren unkonventionellen Maßnahmen zur Wiederbelebung des Geldmarktes immer schon den schnellen Ausstieg im Hinterkopf gehabt. Deshalb ist man auch nicht dem Beispiel anderer Zentralbanken gefolgt und man hat nicht risikoreiche Papiere der Geschäftsbanken auf die eigene Bilanz übertragen. Wenn die EZB die überflüssige Liquidität aus dem Markt zurückholen will, muss sie einfach nur den Geldhahn zudrehen und ordentlich mit dem Putzlappen aufwischen. Die Ausfahrtsstraße der EZB sieht daher recht überschaubar aus, auch wenn erst ganz am Ende der Strasse Zinserhöhungen am Ausfahrtsschild stehen.
Für die Staatsfinanzen sieht die Sache schon etwas schwieriger aus. Hier wurde und wird Steuergeld ausgegeben, das letztendlich zurückverdient werden muss. Einfach nur den Wasserhahn zudrehen, reicht nicht. Über die Notwendigkeit der Haushaltskonsolidierung gibt es keinen Zweifel. Die jüngeren Generationen sollten nicht unter den Altlasten leiden müssen. Die demographischen Entwicklungen kennen keine Finanzkrise und der Druck auf Sozialsysteme und Renten wird in den nächsten Jahren nur noch zunehmen. Die Schulden müssen runter und das Wirtschaftswachstum muss rauf. Unmöglich? Es gibt eine Reihe empirischer Studien, die einen positiven Zusammenhang zwischen Haushaltskonsolidierung und Wirtschaftswachstum zeigen. Das klappt aber nur, wenn die Haushaltskonsolidierung an der Ausgabenseite stattfindet, nicht an der Einnahmenseite. Weniger Ausgaben der öffentlichen Hand können viel eher zu niedrigen Zinsen und einer Abnahme der Sparquote führen und damit das Wirtschafswachstum stärken.
Die Europäische Kommission und der Europäische Rat haben die meisten Mitgliedsstaaten aufgerufen, um nächstes Jahr mit der Konsolidierung zu beginnen. Wie lobenswert und erstrebenswert die Zielvorhaben für nächstes Jahr auch sind, so unrealistisch erscheinen sie. Trotz eines leichten Aufschwungs wird die Produktionslücke auch 2010 noch weiter aufklaffen. Das heißt, dass sich der Arbeitsmarkt weiter verschlechtern aber in keinem Fall verbessern wird. Ein zu frühes Sparen der öffentlichen Hand könnte den fragilen Abschwung abwürgen. Ein Blick auf die letzten 20 Jahre zeigt außerdem, dass im Euroraum noch nie eine Haushaltskonsolidierung begonnen hat, solange die Produktionslücke noch gewachsen ist.
Kaum ein europäischer Politiker hat den Zeitplan der Ausstiegsstrategie in Frage gestellt. Nur keine Probleme machen, scheinen sich viele zu denken. Jetzt Zusagen und Versprechen machen und dann weitersehen. Reine Lippenbekenntnisse. Die Ausstiegsstrategie muss deutlich, glaubwürdig aber auch realistisch sein. Unrealistische Zielstellungen riskieren das endgültige Ende des europäischen Stabilitätspakts im nächsten Jahr. Eine bessere Ausstiegsstrategie ist die deutsche Schuldenbremse. Ein deutliches, glaubwürdiges Bekenntnis zum langfristigen Haushaltsausgleich, das gleichzeitig genug Spielraum zur Überwindung der jetzigen Krise bietet.
Wie auf der Autobahn kommt es auch bei der Ausstiegsstrategie auf das richtige Timing an. Fährt man zu schnell auf der Überholspur, kann man in aller Eile auch schon mal die Ausfahrt verpassen. Europa muss das Tempo etwas drosseln und sich langsam einordnen. Das Ausfahrtsschild kommt erst nächstes Jahr in Sicht.
Artikel in Euro am Sonntag, 19.7.2009
Für die Geldpolitik scheint das Abwickeln des Krisenmanagements relativ unproblematisch. Die EZB hat bei all ihren unkonventionellen Maßnahmen zur Wiederbelebung des Geldmarktes immer schon den schnellen Ausstieg im Hinterkopf gehabt. Deshalb ist man auch nicht dem Beispiel anderer Zentralbanken gefolgt und man hat nicht risikoreiche Papiere der Geschäftsbanken auf die eigene Bilanz übertragen. Wenn die EZB die überflüssige Liquidität aus dem Markt zurückholen will, muss sie einfach nur den Geldhahn zudrehen und ordentlich mit dem Putzlappen aufwischen. Die Ausfahrtsstraße der EZB sieht daher recht überschaubar aus, auch wenn erst ganz am Ende der Strasse Zinserhöhungen am Ausfahrtsschild stehen.
Für die Staatsfinanzen sieht die Sache schon etwas schwieriger aus. Hier wurde und wird Steuergeld ausgegeben, das letztendlich zurückverdient werden muss. Einfach nur den Wasserhahn zudrehen, reicht nicht. Über die Notwendigkeit der Haushaltskonsolidierung gibt es keinen Zweifel. Die jüngeren Generationen sollten nicht unter den Altlasten leiden müssen. Die demographischen Entwicklungen kennen keine Finanzkrise und der Druck auf Sozialsysteme und Renten wird in den nächsten Jahren nur noch zunehmen. Die Schulden müssen runter und das Wirtschaftswachstum muss rauf. Unmöglich? Es gibt eine Reihe empirischer Studien, die einen positiven Zusammenhang zwischen Haushaltskonsolidierung und Wirtschaftswachstum zeigen. Das klappt aber nur, wenn die Haushaltskonsolidierung an der Ausgabenseite stattfindet, nicht an der Einnahmenseite. Weniger Ausgaben der öffentlichen Hand können viel eher zu niedrigen Zinsen und einer Abnahme der Sparquote führen und damit das Wirtschafswachstum stärken.
Die Europäische Kommission und der Europäische Rat haben die meisten Mitgliedsstaaten aufgerufen, um nächstes Jahr mit der Konsolidierung zu beginnen. Wie lobenswert und erstrebenswert die Zielvorhaben für nächstes Jahr auch sind, so unrealistisch erscheinen sie. Trotz eines leichten Aufschwungs wird die Produktionslücke auch 2010 noch weiter aufklaffen. Das heißt, dass sich der Arbeitsmarkt weiter verschlechtern aber in keinem Fall verbessern wird. Ein zu frühes Sparen der öffentlichen Hand könnte den fragilen Abschwung abwürgen. Ein Blick auf die letzten 20 Jahre zeigt außerdem, dass im Euroraum noch nie eine Haushaltskonsolidierung begonnen hat, solange die Produktionslücke noch gewachsen ist.
Kaum ein europäischer Politiker hat den Zeitplan der Ausstiegsstrategie in Frage gestellt. Nur keine Probleme machen, scheinen sich viele zu denken. Jetzt Zusagen und Versprechen machen und dann weitersehen. Reine Lippenbekenntnisse. Die Ausstiegsstrategie muss deutlich, glaubwürdig aber auch realistisch sein. Unrealistische Zielstellungen riskieren das endgültige Ende des europäischen Stabilitätspakts im nächsten Jahr. Eine bessere Ausstiegsstrategie ist die deutsche Schuldenbremse. Ein deutliches, glaubwürdiges Bekenntnis zum langfristigen Haushaltsausgleich, das gleichzeitig genug Spielraum zur Überwindung der jetzigen Krise bietet.
Wie auf der Autobahn kommt es auch bei der Ausstiegsstrategie auf das richtige Timing an. Fährt man zu schnell auf der Überholspur, kann man in aller Eile auch schon mal die Ausfahrt verpassen. Europa muss das Tempo etwas drosseln und sich langsam einordnen. Das Ausfahrtsschild kommt erst nächstes Jahr in Sicht.
Artikel in Euro am Sonntag, 19.7.2009
Tuesday, July 7, 2009
Angie en het b-woord
Sinds de vernietigende nederlaag van de Duitse sociaaldemocraten bij de Europese verkiezingen, lijkt er minstens iemand van de statuur van Barack Obama nodig om Angela Merkel van haar tweede termijn als bondskanselier af te houden. De uitdager, minister van Buitenlandse Zaken en sociaaldemocraat, Frank-Walter Steinmeier is alles behalve een Obama. Hij werd al charmant vergeleken met een slapende schildpad. Een schildpad tegen de meest populaire politicus van het land? Een gelopen race? Toch kreeg Steinmeier de afgelopen weken onverwachte hulp van het b-woord. Kan de noodlijdende SPD het tij nog keren?
Merkel en de CDU waagden zich aan het b-woord, de belofte van de verkiezingscampagne is: belastingverlagingen. Het ingewikkelde belastingstelsel met een overvloed aan afschrijvingsmogelijkheden en sluipwegen, is aan een simplificatie toe. Daarnaast zou een belastingverlaging de toch zo zwakke binnenlandse vraag kunnen stimuleren. Blijft staan dat de overheidsschulden de komende jaren de pan uit rijzen door de crisissteun aan de financiële sector en het bedrijfsleven. De CDU en Merkel willen enerzijds de burger ontlasten, maar anderzijds ook als degelijk en spaarzaam gelden. Daarbij komt dat de schulden weer moeten worden afgebouwd, daar Duitsland juist het doel van een evenwichtige begroting vanaf 2016 in de grondwet heeft laten vastleggen. Een vicieuze cirkel?
Wel volgens bijna 80% van de Duitsers, die niet geloven in belastingverlagingen na de verkiezingen. De populariteit van Merkel heeft hier nog geen schade van opgelopen. Toch is voorzichtigheid geboden. Merkel en de belastingen zijn namelijk een moeilijk combinatie. Al tijdens de verkiezingscampagne van 2005 had het Merkel bijna de overwinning gekost: de som van een onbekende kandidaat voor de post van minister van Financiën, die het Duitse belastingstelsel radicaal wilde hervormen en daarbij de belastingen wilde verhogen, waren een welkome prooi voor de zittende bondskanselier Gerhard Schröder. Schröder, altijd telegeniek, baby-zoenend, voetbalspelend en in louter soundbites, speelde in op het Duitse sentiment tegen veranderingen en liet Merkel’s voorsprong van meer dan 20 procent binnen enkele weken bijna volledig verdampen. Merkel finishte met de hak over de sloot.
Het economisch beleid van Angela Merkel wordt vaak beschouwd als anti-beleid: anti-inflatie, anti-stimulus, anti-schulden en anti-staatsinterventies. De feiten spreken echter andere taal. Met staatsgaranties, stimuluspakketten en reddingsacties staat Merkelnomics voor ad hoc oplossingen naar de “kiezersmaak van het moment”. Daarmee win je geen prijs voor rechtlijnigheid, maar waarschijnlijk wel verkiezingen.
Merkel en de CDU waagden zich aan het b-woord, de belofte van de verkiezingscampagne is: belastingverlagingen. Het ingewikkelde belastingstelsel met een overvloed aan afschrijvingsmogelijkheden en sluipwegen, is aan een simplificatie toe. Daarnaast zou een belastingverlaging de toch zo zwakke binnenlandse vraag kunnen stimuleren. Blijft staan dat de overheidsschulden de komende jaren de pan uit rijzen door de crisissteun aan de financiële sector en het bedrijfsleven. De CDU en Merkel willen enerzijds de burger ontlasten, maar anderzijds ook als degelijk en spaarzaam gelden. Daarbij komt dat de schulden weer moeten worden afgebouwd, daar Duitsland juist het doel van een evenwichtige begroting vanaf 2016 in de grondwet heeft laten vastleggen. Een vicieuze cirkel?
Wel volgens bijna 80% van de Duitsers, die niet geloven in belastingverlagingen na de verkiezingen. De populariteit van Merkel heeft hier nog geen schade van opgelopen. Toch is voorzichtigheid geboden. Merkel en de belastingen zijn namelijk een moeilijk combinatie. Al tijdens de verkiezingscampagne van 2005 had het Merkel bijna de overwinning gekost: de som van een onbekende kandidaat voor de post van minister van Financiën, die het Duitse belastingstelsel radicaal wilde hervormen en daarbij de belastingen wilde verhogen, waren een welkome prooi voor de zittende bondskanselier Gerhard Schröder. Schröder, altijd telegeniek, baby-zoenend, voetbalspelend en in louter soundbites, speelde in op het Duitse sentiment tegen veranderingen en liet Merkel’s voorsprong van meer dan 20 procent binnen enkele weken bijna volledig verdampen. Merkel finishte met de hak over de sloot.
Het economisch beleid van Angela Merkel wordt vaak beschouwd als anti-beleid: anti-inflatie, anti-stimulus, anti-schulden en anti-staatsinterventies. De feiten spreken echter andere taal. Met staatsgaranties, stimuluspakketten en reddingsacties staat Merkelnomics voor ad hoc oplossingen naar de “kiezersmaak van het moment”. Daarmee win je geen prijs voor rechtlijnigheid, maar waarschijnlijk wel verkiezingen.
Subscribe to:
Posts (Atom)