De Europese Commissie ziet zich graag als de hoeder van het Europees verdrag en vooral van het Stabiliteits- en Groeipact. Als een soort van goede sheriff uit de Amerikaanse westerns zorgt de Commissie voor recht en orde en kijkt ze erop toe dat de lidstaten hun begrotingen op orde houden. De 3 procentnorm voor overheidstekorten uit het verdrag van Maastricht is heilig.
We schakelen in op het moment dat de Commissie in het Wilde Westen van het Europese begrotingsbeleid tegenover een gevaarlijke bende staat: the Good, the Bad and the Ugly. 'The Ugly' is Griekenland, dat al jaren met zijn statistieken rommelt en sinds de toetreding tot de monetaire unie slechts één jaar een begrotingstekort van minder dan 3 procent vertoonde. De nieuwe Griekse regering trok onlangs het masker af en liet weten een tekort te hebben van circa 12 procent van het bruto binnenlands product, het dubbele van wat haar voorganger beweerde. 'The Bad' is vooral Frankrijk, dat al onder streng toezicht stond en in oktober nog eens doodleuk een nieuwe ronde van stimuleringsmaatregelen aankondigde. De Franse regering liet ook snel weten zich niet te houden aan de afspraak het tekort tegen 2012 onder 3 procent te brengen. En dan is er nog 'the Good': Duitsland, een van de weinige landen die het budget in goede tijden op orde brachten en die het tekort tijdens de crisis minder sterk zagen oplopen. Maar wat te doen nu ook the Good de belastingen wil verlagen?
Wat doet een goede sheriff in het Wilde Westen voordat het tot de shoot-out komt? Hij pakt de zwakste van de bende en doet wanhopig een laatste oproep tot het verstand. Dat is wat de Commissie woensdag deed. In een ultieme poging het Stabiliteitspact te redden, gooide ze alle principes overboord en rekte ze de regels tot het uiterste. Alleen de zwakste schakel Griekenland wordt aangepakt, de andere niet. Volgend jaar is officieel nog een jaar van stimulerend beleid. Consolidatie hoeft pas in 2011 te beginnen. Landen die hun begrotingstekort al in 2012 weer onder de 3 procentgrens zouden moeten brengen, krijgen één jaar extra. De deadline voor alle landen, behalve België, is nu 2013. Buigt de Commissie voor Frankrijk om het pact te redden?
De Commissie heeft niets geleerd van de zwartste uren van Europese begrotingscoördinatie, tussen 2002 en 2004. Toen zaten Duitsland en Frankrijk samen in het beklaagdenbankje. De Commissie was machteloos en paste de spelregels aan. Daarbij is het net als in de westerns. De sheriff heeft alleen een kans tegen de oppermachtige bende door de boevenleiders tegen elkaar uit te spelen. Die kans is woensdag gemist. De boeven hoeven even niet bang te zijn.
Deze column verscheen eerder in de Belgische De Tijd.
Monday, November 16, 2009
Friday, November 13, 2009
Therapy against superstition
Friday 13th can also be a lucky day. According to the first estimate by the German agency for statistics, GDP increased by 0.7% QoQ, after an upward revision of Q2 to 0.4% QoQ. Compared with the third quarter of 2008, German GDP is still down by -4.8%%. The decomposition of the GDP numbers will only be published on 24 November but recent monthly data indicate that industrial production and a turning inventory cycle were the main drivers of growth. Private consumption may have actually declined during the third quarter.
The German economy has emerged from the deep recession earlier and faster than many had thought. The latest monthly numbers show that industrial production has taken over the baton from car-driven private consumption as the main growth driver. Looking ahead, the current momentum is likely stay for some time. The inventory cycle has just started to turn and positive news will continue. Moreover, filling order books and accelerating global demand point to a further pick-up in economic activity.
Despite all delight about the ongoing recovery, the biggest risk for the German economy and policymakers would be to simply return to business as usual. The damage and the marks the recession has left in the economy are still significant. The German economy has already returned to its trend growth. However, even at the pace of the last two quarters, it would take until 2012 before the German economy has returned to its pre-crisis level. Therefore, the cleaning-up efforts will need to continue. The export-driven recovery is all well and good but in order to shift into a higher gear, the German economy needs domestic demand. In this respect, tax cuts and investment incentives may not be the only, but certainly a good way forward. The bad times are over but the good times have not started, yet. Even with today’s good numbers, complacency would be a bad advisor.
The German economy has emerged from the deep recession earlier and faster than many had thought. The latest monthly numbers show that industrial production has taken over the baton from car-driven private consumption as the main growth driver. Looking ahead, the current momentum is likely stay for some time. The inventory cycle has just started to turn and positive news will continue. Moreover, filling order books and accelerating global demand point to a further pick-up in economic activity.
Despite all delight about the ongoing recovery, the biggest risk for the German economy and policymakers would be to simply return to business as usual. The damage and the marks the recession has left in the economy are still significant. The German economy has already returned to its trend growth. However, even at the pace of the last two quarters, it would take until 2012 before the German economy has returned to its pre-crisis level. Therefore, the cleaning-up efforts will need to continue. The export-driven recovery is all well and good but in order to shift into a higher gear, the German economy needs domestic demand. In this respect, tax cuts and investment incentives may not be the only, but certainly a good way forward. The bad times are over but the good times have not started, yet. Even with today’s good numbers, complacency would be a bad advisor.
Friday, October 30, 2009
Duits lef
Bijna twintig jaar geleden stond ik op de Berlijnse Muur voor de Brandenburger Tor en riep samen met veel anderen: 'De Muur moet weg, de Muur moet weg.'
Als scholier was ik misschien nog te naïef om de historische dimensies te beseffen van deze belangrijke dagen in de hete herfst van 1989. Ze hebben in Duitsland duidelijk gemaakt wat lef betekent.
Lef van de vele Oost-Duitsers die op straat demonstreerden ondanks mogelijke represailles door de staat en de Stasi. Lef om zich in te zetten voor een betere toekomst, zonder te weten hoe deze toekomst eruit zou zien. Lef om met slechts kleren aan het lijf via Tsjechië of Hongarije naar West-Duitsland te vluchten. Lef dat het onmogelijke waar maakte en het leven van de komende generatie compleet veranderde.
De historische impact van het regeerakkoord van de nieuwe Duitse regering zal zeer waarschijnlijk zwakker zijn dan de herfst van 1989, maar toch is het lef in Duitsland eindelijk weer terug. Na een van de snelste regeringsonderhandelingen aller tijden hebben de kopstukken van de nieuwe Duitse regering, met Angela Merkel voorop, zaterdag het regeerakkoord gepresenteerd. De verkiezingscadeaus komen er: een belastingverlaging van rond 1 procent van het bbp, en - in weliswaar afgezwakte vorm - de lang verwachte hervorming van het hele belastingstelsel.
De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog en je kon ze meteen weer horen: de azijnpissers en beroepszeurders. Voor de ene ging het akkoord niet ver genoeg, voor de andere zou de Duitse economie nu aan een berg van schulden ten onder gaan.
Daarbij laat de regering juist lef zien. Lef dat je in Duitsland niet zo vaak ziet. Ja, de vergrijzing komt en de staat moet schulden aflossen, maar wanneer anders dan nu kan een regering in de komende tien jaar nog de belastingen verlagen?
Nu is het moment om de Duitse economie klaar te stomen voor de komende uitdagingen. In de exportsector zit het wel goed, maar de zwakste schakel is de binnenlandse vraag. Wat kan dan beter helpen dan een onmiddellijke lastenverlichting voor gezinnen en bedrijven? Natuurlijk speculeert de regering ook een beetje, hopend met hogere economische groei de schulden snel achter zich te laten. Maar het is geen onverantwoord gokken. Anders dan andere Europese landen heeft Duitsland dit jaar in de grondwet vastgelegd dat de overheid vanaf 2016 geen nieuwe schulden meer mag opnemen. Begrotingsconsolidatie komt, maar voor structurele veranderingen is het nu of nooit.
Duitsland is niet alleen het land van filosofen en dichters, maar vaak ook van zeurders en zwartkijkers. Al deze critici van het nieuwe regeerakkoord moeten even twintig jaar terugblikken. Lef loont.
Als scholier was ik misschien nog te naïef om de historische dimensies te beseffen van deze belangrijke dagen in de hete herfst van 1989. Ze hebben in Duitsland duidelijk gemaakt wat lef betekent.
Lef van de vele Oost-Duitsers die op straat demonstreerden ondanks mogelijke represailles door de staat en de Stasi. Lef om zich in te zetten voor een betere toekomst, zonder te weten hoe deze toekomst eruit zou zien. Lef om met slechts kleren aan het lijf via Tsjechië of Hongarije naar West-Duitsland te vluchten. Lef dat het onmogelijke waar maakte en het leven van de komende generatie compleet veranderde.
De historische impact van het regeerakkoord van de nieuwe Duitse regering zal zeer waarschijnlijk zwakker zijn dan de herfst van 1989, maar toch is het lef in Duitsland eindelijk weer terug. Na een van de snelste regeringsonderhandelingen aller tijden hebben de kopstukken van de nieuwe Duitse regering, met Angela Merkel voorop, zaterdag het regeerakkoord gepresenteerd. De verkiezingscadeaus komen er: een belastingverlaging van rond 1 procent van het bbp, en - in weliswaar afgezwakte vorm - de lang verwachte hervorming van het hele belastingstelsel.
De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog en je kon ze meteen weer horen: de azijnpissers en beroepszeurders. Voor de ene ging het akkoord niet ver genoeg, voor de andere zou de Duitse economie nu aan een berg van schulden ten onder gaan.
Daarbij laat de regering juist lef zien. Lef dat je in Duitsland niet zo vaak ziet. Ja, de vergrijzing komt en de staat moet schulden aflossen, maar wanneer anders dan nu kan een regering in de komende tien jaar nog de belastingen verlagen?
Nu is het moment om de Duitse economie klaar te stomen voor de komende uitdagingen. In de exportsector zit het wel goed, maar de zwakste schakel is de binnenlandse vraag. Wat kan dan beter helpen dan een onmiddellijke lastenverlichting voor gezinnen en bedrijven? Natuurlijk speculeert de regering ook een beetje, hopend met hogere economische groei de schulden snel achter zich te laten. Maar het is geen onverantwoord gokken. Anders dan andere Europese landen heeft Duitsland dit jaar in de grondwet vastgelegd dat de overheid vanaf 2016 geen nieuwe schulden meer mag opnemen. Begrotingsconsolidatie komt, maar voor structurele veranderingen is het nu of nooit.
Duitsland is niet alleen het land van filosofen en dichters, maar vaak ook van zeurders en zwartkijkers. Al deze critici van het nieuwe regeerakkoord moeten even twintig jaar terugblikken. Lef loont.
Saturday, October 17, 2009
Viel Laerm um nichts?
Nein, große Jubelstürme waren in Brüssel nicht zu vernehmen. Auch keine Eurokraten, die mit Hupkonzert über Brüsseler Straßen fuhren und die Europäische Flagge aus den Autofenstern schwenkten. Aber dennoch, das Irische „ja“ zum Lissabonner Vertrag verursachte doch in Brüssel einen kollektiven Erleichterungsseufzer. Die Krise hat deutlich gemacht, welche Schutzfunktion Europa und der Euro vor allem für kleine Ländern haben. In der Krise gab es zwischen Island und Irland eigentlich nur zwei Unterschiede: das „r“ im Namen und den Euro.
Auf dem Weg zur vollendeten Europaeischen Glückseligkeit fehlt jetzt nur noch das o.k. aus Tschechien. Das tschechische Verfassungsgericht wird den Lissabonner Vertrag wohl bald als gesetzeskonform bewerten. Präsident Vaclav Klaus bleibt jedoch ein ungesteuertes Projektil. Er zögert schon lange mit seiner Unterschrift und fühlt sich deutlich wohl in der Rolle als Europäischer Spielverderber. Da der Druck nach dem Irischen Ja auf Klaus deutlich zugenommen hat, muss nun eines der größten historischen Traumas der Tschechen herhalten: die Sudetendeutschen. In einem letzten Verzweiflungsakt, fordert Klaus Sonderregelungen zur Grundrechtecharta, um alte die Rückgabeforderungen von Vertriebenen des Zweiten Weltkriegs.
Das alles ist viel politisches Ballyhoo und spätestens beim nächsten Gipfeltreffen der EU-Regierungschefs Ende Oktober wird man sich auf einen typischen Europaeischen Kuhhandel einigen können. Vaclav Klaus wird nicht der Stolperstein des Lissabonner Vertrags werden. Europa wird nächstes Jahr den langersehnten neuen Vertrag haben. Und dann? Der neue Vertrag spielt eigentlich nur für die Tribüne, nicht für Tore. Natürlich der Vertrag macht Europa flexibler, verringert Blockademöglichkeiten, gibt dem Europaeischen Parlament eine größere Rolle, den nationalen Parlamenten mehr Macht und dem Buerger sogar das Recht auf Buergerinitiativen. Das alles reicht für Begeisterungsstürme in Brüssel. Menschen und Märkte wollen jedoch Tore sehen und nicht nur schöne Kombinationen.
"Letter from...Brussels", Euro am Sonntag, 17.10.2009
Auf dem Weg zur vollendeten Europaeischen Glückseligkeit fehlt jetzt nur noch das o.k. aus Tschechien. Das tschechische Verfassungsgericht wird den Lissabonner Vertrag wohl bald als gesetzeskonform bewerten. Präsident Vaclav Klaus bleibt jedoch ein ungesteuertes Projektil. Er zögert schon lange mit seiner Unterschrift und fühlt sich deutlich wohl in der Rolle als Europäischer Spielverderber. Da der Druck nach dem Irischen Ja auf Klaus deutlich zugenommen hat, muss nun eines der größten historischen Traumas der Tschechen herhalten: die Sudetendeutschen. In einem letzten Verzweiflungsakt, fordert Klaus Sonderregelungen zur Grundrechtecharta, um alte die Rückgabeforderungen von Vertriebenen des Zweiten Weltkriegs.
Das alles ist viel politisches Ballyhoo und spätestens beim nächsten Gipfeltreffen der EU-Regierungschefs Ende Oktober wird man sich auf einen typischen Europaeischen Kuhhandel einigen können. Vaclav Klaus wird nicht der Stolperstein des Lissabonner Vertrags werden. Europa wird nächstes Jahr den langersehnten neuen Vertrag haben. Und dann? Der neue Vertrag spielt eigentlich nur für die Tribüne, nicht für Tore. Natürlich der Vertrag macht Europa flexibler, verringert Blockademöglichkeiten, gibt dem Europaeischen Parlament eine größere Rolle, den nationalen Parlamenten mehr Macht und dem Buerger sogar das Recht auf Buergerinitiativen. Das alles reicht für Begeisterungsstürme in Brüssel. Menschen und Märkte wollen jedoch Tore sehen und nicht nur schöne Kombinationen.
"Letter from...Brussels", Euro am Sonntag, 17.10.2009
Sunday, September 27, 2009
Diepwerkende wasverzachter
Vandaag is het eindelijk zo ver. De Duitse kiezers gaan naar de stembus en een campagne van afgrijselijke verveling kan toch nog uitmonden in een ware thriller. De gedoodverfde winnaar, een conservatief-liberale coalitie onder bondskanselier Merkel heeft in de recente opiniepeilingen nog maar nauwelijks een meerderheid. Inhoudelijke discussies waren de laatste weken ver te zoeken.
In een jaar met de grootste groeikrimp in meer dan zestig jaar blijft het gebrek aan inhoud en duidelijk geformuleerde keuzes opmerkelijk. Niet alleen bij politici, maar ook bij de bevolking lijkt de noodzaak voor hervormingen en een nieuwe richting voor de Duitse economie niet echt te leven. Anders dan in 2005, toen er in het hele land sprake was van een collectieve depressie, roepen de twee groten partijen nu eigenlijk alleen maar: “verder zo”. Deze zelfgenoegzaamheid is óf kiezersbedrog, óf pure naïviteit.
Het is nu of nooit voor de nieuwe regering om het ‘permanente’ probleem van een zwakke binnenlandse vraag aan te pakken. De grootste economische uitdaging voor de volgende regering is het in evenwicht brengen van de Duitse economie met meer binnenlandse vraag. De Duitse exportsector was competitief en blijft dat ook de komende jaren.
Misschien gaat het ten koste van de titel ‘wereldkampioen export’, maar nu moet vooral aandacht uitgaan naar een cruciaal probleem: Duitsland heeft een van de hoogste belasting voor huishoudens van alle geïndustrialiseerde landen, terwijl de particuliere investeringsquote bijna de laagste in Europa is.
De speelruimte is beperkt, de overheidsfinanciën zijn verslechterd en moeten ook nog worden geconsolideerd. Vanaf 2016 heeft Duitsland de grondwettelijke verplichting van een bijna evenwichtige begroting.
Het is dus geen vrijheid-blijheid verkiezing. De Duitse kiezer kan een duidelijke opdracht geven aan de nieuwe regering voor de toekomstige richting van de economie. Hiervoor moet de kiezer keuzes maken die de partijen zelf tijdens de campagne niet durfden aan te spreken, maar die wel in de partijprogramma’s staan.
Moet het belastingsysteem worden hervormd? Komt er een belastingverlaging voor iedereen of alleen voor lage inkomensgroepen? Moet er een verhoging voor topverdieners worden ingevoerd? Kiest Duitsland voor begrotingsconsolidatie door uitgavenreductie of door belastingverhoging? En komt die begrotingsconsolidatie dan al in 2010 of toch pas in 2011? Zit er een jaarlijkse vermogensbelasting van 5 procent in? Blijft de pensioenleeftijd staan op 67? Voor of tegen kernenergie?
Vragen waar ook andere Europese landen zo moeilijk een antwoord op vinden. Er staat duidelijk meer op het spel dan de wollige campagne de laatste weken deed vermoeden. De verkiezingen van zondag zijn richtingwijzend voor Duitsland en Europa. Het is nu in de handen van de kiezer om de wasverzachter diepwerkende kracht te geven.
Noot: Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
In een jaar met de grootste groeikrimp in meer dan zestig jaar blijft het gebrek aan inhoud en duidelijk geformuleerde keuzes opmerkelijk. Niet alleen bij politici, maar ook bij de bevolking lijkt de noodzaak voor hervormingen en een nieuwe richting voor de Duitse economie niet echt te leven. Anders dan in 2005, toen er in het hele land sprake was van een collectieve depressie, roepen de twee groten partijen nu eigenlijk alleen maar: “verder zo”. Deze zelfgenoegzaamheid is óf kiezersbedrog, óf pure naïviteit.
Het is nu of nooit voor de nieuwe regering om het ‘permanente’ probleem van een zwakke binnenlandse vraag aan te pakken. De grootste economische uitdaging voor de volgende regering is het in evenwicht brengen van de Duitse economie met meer binnenlandse vraag. De Duitse exportsector was competitief en blijft dat ook de komende jaren.
Misschien gaat het ten koste van de titel ‘wereldkampioen export’, maar nu moet vooral aandacht uitgaan naar een cruciaal probleem: Duitsland heeft een van de hoogste belasting voor huishoudens van alle geïndustrialiseerde landen, terwijl de particuliere investeringsquote bijna de laagste in Europa is.
De speelruimte is beperkt, de overheidsfinanciën zijn verslechterd en moeten ook nog worden geconsolideerd. Vanaf 2016 heeft Duitsland de grondwettelijke verplichting van een bijna evenwichtige begroting.
Het is dus geen vrijheid-blijheid verkiezing. De Duitse kiezer kan een duidelijke opdracht geven aan de nieuwe regering voor de toekomstige richting van de economie. Hiervoor moet de kiezer keuzes maken die de partijen zelf tijdens de campagne niet durfden aan te spreken, maar die wel in de partijprogramma’s staan.
Moet het belastingsysteem worden hervormd? Komt er een belastingverlaging voor iedereen of alleen voor lage inkomensgroepen? Moet er een verhoging voor topverdieners worden ingevoerd? Kiest Duitsland voor begrotingsconsolidatie door uitgavenreductie of door belastingverhoging? En komt die begrotingsconsolidatie dan al in 2010 of toch pas in 2011? Zit er een jaarlijkse vermogensbelasting van 5 procent in? Blijft de pensioenleeftijd staan op 67? Voor of tegen kernenergie?
Vragen waar ook andere Europese landen zo moeilijk een antwoord op vinden. Er staat duidelijk meer op het spel dan de wollige campagne de laatste weken deed vermoeden. De verkiezingen van zondag zijn richtingwijzend voor Duitsland en Europa. Het is nu in de handen van de kiezer om de wasverzachter diepwerkende kracht te geven.
Noot: Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
Thursday, September 10, 2009
Alles beter dan Groundhog Day
In de film 'Groundhog Day' speelt Bill Murray een tv-weerman die telkens weer wakker wordt op dezelfde dag, uitgerekend de ergste dag uit zijn leven. In Duitsland neemt voor de burgers nu elke dag de kans toe op een politieke Groundhog Day: een heruitgave van de zogenaamde grote coalitie van christen- en sociaaldemocraten.
Sinds de regionale verkiezingen in drie deelstaten van een week geleden is een verlenging van de grote coalitie, die niemand eigenlijk wil, dichterbij gekomen. De populariteit van kanselier Angela Merkel (CDU) blijft groot, maar de inhoudsarme campagne kost haar partij stemmen. De CDU leed forse verliezen, waardoor een paar politieke kopstukken het pluche moeten opgeven.
De SPD van rivaal Frank-Walter Steinmeier heeft opeens weer wind mee en droomt van een inhaalrace. Dat laatste lijkt rijkelijk voorbarig. Met slechts 8 miljoen inwoners woont in de drie deelstaten Thüringen, Saksen en Saarland niet eens 10 procent van de Duitse bevolking. Bovendien verloor ook de SPD stemmen en ligt ze nog ver achter de CDU.
De spelbederver voor de SPD heet Die Linke. De socialistische partij, die onder de voormalige SPD-baas Oskar Lafontaine is uitgegroeid van communistisch DDR-overblijfsel tot voorvechter van kansarmen, vist in de vijver van de SPD. Samen regeren met Die Linke op federaal niveau is vooralsnog voor elke partij een taboe, ook voor de SPD. Samen met de Groenen lijkt een meerderheid onwaarschijnlijk en een zogenaamde stoplichtcoalitie met de Groenen en de liberalen ketst af wegens tegengestelde opvattingen over kernenergie.
Steinmeier gaat nu dus voor een destructieve strategie. Het motto is nu 'if you can't join them, beat them'. Het officiële doel is niet langer winnen, maar het voorkomen van een mogelijke conservatief-liberale coalitie.
Als die strategie lukt, blijft - met de groeten van Bill Murray - de vermaledijde herhaling van de grote coalitie als enig realistisch alternatief over. Voor Duitsland allesbehalve een zegen.
In 2005 aangetreden als doenercoalitie, zijn de resultaten teleurstellend. De sterke economische groei tot aan de crisis was vooral te danken aan de forse mondiale groei; de prestatie van de arbeidsmarkt was nog het gevolg van de hervormingen van Gerhard Schröder.
Alleen het economische crisismanagement van de afgelopen maanden verdient lof, ook al waren de maatregelen voor de bankensector niet altijd om over naar huis te schrijven. Nu men niet nog een keer op mondiale groei kan vertrouwen, moet een nieuwe regering een duidelijke richting aangeven en doorzetten.
Rechts of links, voor de Duitse economie is alles beter dan een politieke Groundhog Day.
Deze column verscheen in de Belgische De Tijd.
Sinds de regionale verkiezingen in drie deelstaten van een week geleden is een verlenging van de grote coalitie, die niemand eigenlijk wil, dichterbij gekomen. De populariteit van kanselier Angela Merkel (CDU) blijft groot, maar de inhoudsarme campagne kost haar partij stemmen. De CDU leed forse verliezen, waardoor een paar politieke kopstukken het pluche moeten opgeven.
De SPD van rivaal Frank-Walter Steinmeier heeft opeens weer wind mee en droomt van een inhaalrace. Dat laatste lijkt rijkelijk voorbarig. Met slechts 8 miljoen inwoners woont in de drie deelstaten Thüringen, Saksen en Saarland niet eens 10 procent van de Duitse bevolking. Bovendien verloor ook de SPD stemmen en ligt ze nog ver achter de CDU.
De spelbederver voor de SPD heet Die Linke. De socialistische partij, die onder de voormalige SPD-baas Oskar Lafontaine is uitgegroeid van communistisch DDR-overblijfsel tot voorvechter van kansarmen, vist in de vijver van de SPD. Samen regeren met Die Linke op federaal niveau is vooralsnog voor elke partij een taboe, ook voor de SPD. Samen met de Groenen lijkt een meerderheid onwaarschijnlijk en een zogenaamde stoplichtcoalitie met de Groenen en de liberalen ketst af wegens tegengestelde opvattingen over kernenergie.
Steinmeier gaat nu dus voor een destructieve strategie. Het motto is nu 'if you can't join them, beat them'. Het officiële doel is niet langer winnen, maar het voorkomen van een mogelijke conservatief-liberale coalitie.
Als die strategie lukt, blijft - met de groeten van Bill Murray - de vermaledijde herhaling van de grote coalitie als enig realistisch alternatief over. Voor Duitsland allesbehalve een zegen.
In 2005 aangetreden als doenercoalitie, zijn de resultaten teleurstellend. De sterke economische groei tot aan de crisis was vooral te danken aan de forse mondiale groei; de prestatie van de arbeidsmarkt was nog het gevolg van de hervormingen van Gerhard Schröder.
Alleen het economische crisismanagement van de afgelopen maanden verdient lof, ook al waren de maatregelen voor de bankensector niet altijd om over naar huis te schrijven. Nu men niet nog een keer op mondiale groei kan vertrouwen, moet een nieuwe regering een duidelijke richting aangeven en doorzetten.
Rechts of links, voor de Duitse economie is alles beter dan een politieke Groundhog Day.
Deze column verscheen in de Belgische De Tijd.
Wednesday, September 2, 2009
Subsidies voor zonnebanken
Er is nu toch concurrentie voor de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Niet van de sociaaldemocraten, die in de opiniepeilingen nog steeds op ongekende dieptepunten staan, maar van een heel andere kant. Volgens het dagblad Bild-Zeitung is de populairste Duitser van dit moment Horst Schlämmer.
Deze rijzende ster maakt op pijnlijke manier duidelijk wat de tekortkomingen van de verkiezingscampagne zijn. Horst Schlämmer is het alter ego van de populaire komiek Hape Kerkeling. Schlämmer is het drankzuchtige sufferdje van een kleine krant dat nu in een bioscoopfilm een gooi doet naar het kanselierschap. Als een Duitse ‘Borat’ voert hij campagne met kreten als ‘Yes, weekend’ en ‘Alles moet meer zijn’.
Tot zijn programmapunten behoren onder andere subsidies voor zonnebanken en een minimuminkomen van 2.500 euro voor alle Duitsers. Fictie, maar toch zouden rond 20 procent van de Duitsers op hem stemmen. Niet verrassend, want de Duitse verkiezingscampagne, met nog maar een maand te gaan, is allesbehalve flitsend. Geen inhoud, alleen beelden en banaliteiten.
Angela Merkel staat liever te stralen naast een Duitse medaillewinnares tijdens het WK atletiek in Berlijn dan dat ze een discussie voert over de arbeidsparticipatie van vrouwen. En de sociaaldemocraat Frank-Walter Steinmeier praat niet over de toekomst van de auto-industrie, maar volgt liever een spoedcursus handjes schudden en schouderklopjes geven. In plaats van een richtinggevende discussie over de gezondheidszorg gaat het publiek debat over de vraag of de minister van Gezondheid onterecht haar dienstwagen meenam op vakantie.
Campagne à la Schlämmer, maar waar blijft de inhoud? Ondanks een pijnlijke recessie is er geen discussie over het Duitse groeimodel. Onnodig toch, nu de economie weer groeit? Niet echt. De Duitse groei in het tweede kwartaal kwam van de autoverkoop en de export. Beiden alleen mogelijk gemaakt door de conjunctuurpakketten van zowel de Duitse als buitenlandse regeringen.
De Duitse economie groeit op dit moment alleen bij gratie van de overheidsprogramma’s. Zij ligt nog steeds aan het infuus en kan zonder niet overleven. De slooppremie is afgelopen en de werkloosheid dreigt na de verkiezingen fors te stijgen.
Natuurlijk zal de export ook in de komende jaren een belangrijke motor voor de Duitse economie zijn, maar voor een krachtig, houdbaar herstel is een structureel sterkere binnenlandse vraag nodig. De partij die echte antwoorden op die vragen biedt, heeft geen subsidies voor zonnebanken nodig om stemmen te trekken.
Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
Deze rijzende ster maakt op pijnlijke manier duidelijk wat de tekortkomingen van de verkiezingscampagne zijn. Horst Schlämmer is het alter ego van de populaire komiek Hape Kerkeling. Schlämmer is het drankzuchtige sufferdje van een kleine krant dat nu in een bioscoopfilm een gooi doet naar het kanselierschap. Als een Duitse ‘Borat’ voert hij campagne met kreten als ‘Yes, weekend’ en ‘Alles moet meer zijn’.
Tot zijn programmapunten behoren onder andere subsidies voor zonnebanken en een minimuminkomen van 2.500 euro voor alle Duitsers. Fictie, maar toch zouden rond 20 procent van de Duitsers op hem stemmen. Niet verrassend, want de Duitse verkiezingscampagne, met nog maar een maand te gaan, is allesbehalve flitsend. Geen inhoud, alleen beelden en banaliteiten.
Angela Merkel staat liever te stralen naast een Duitse medaillewinnares tijdens het WK atletiek in Berlijn dan dat ze een discussie voert over de arbeidsparticipatie van vrouwen. En de sociaaldemocraat Frank-Walter Steinmeier praat niet over de toekomst van de auto-industrie, maar volgt liever een spoedcursus handjes schudden en schouderklopjes geven. In plaats van een richtinggevende discussie over de gezondheidszorg gaat het publiek debat over de vraag of de minister van Gezondheid onterecht haar dienstwagen meenam op vakantie.
Campagne à la Schlämmer, maar waar blijft de inhoud? Ondanks een pijnlijke recessie is er geen discussie over het Duitse groeimodel. Onnodig toch, nu de economie weer groeit? Niet echt. De Duitse groei in het tweede kwartaal kwam van de autoverkoop en de export. Beiden alleen mogelijk gemaakt door de conjunctuurpakketten van zowel de Duitse als buitenlandse regeringen.
De Duitse economie groeit op dit moment alleen bij gratie van de overheidsprogramma’s. Zij ligt nog steeds aan het infuus en kan zonder niet overleven. De slooppremie is afgelopen en de werkloosheid dreigt na de verkiezingen fors te stijgen.
Natuurlijk zal de export ook in de komende jaren een belangrijke motor voor de Duitse economie zijn, maar voor een krachtig, houdbaar herstel is een structureel sterkere binnenlandse vraag nodig. De partij die echte antwoorden op die vragen biedt, heeft geen subsidies voor zonnebanken nodig om stemmen te trekken.
Deze verkiezingscolumn verscheen ook in het Belgische dagblad De Tijd.
Subscribe to:
Posts (Atom)