Monday, January 31, 2011

German retail sales drop

No quantum leap for German consumption, yet. This morning's data added to the latest disappointment on German private consumption. German retail sales, seasonally and inflation adjusted, dropped by 0.3% MoM, from -1.9% in November. With only one single month of growth, German retail sales have been on a downward trend since August.

With today's numbers, private consumption can hardly have been a growth driver in the fourth quarter. Nevertheless, despite recent disappointments, private consumption could become the growth surprise of 2011. Particularly wage developments could provide important tail wind. Last year, real negotiated wages only increased by 0.5% YoY. This small increase was probably driven by some fears of future job losses, short-time working schemes and the fact that many collective bargaining rounds were already finalized in 2009 or earlier. This year's collective bargaining will start soon and demands for wage increases range from 5% to 7%.

After today’s numbers it might sound like a whistling in the dark, but with increasing wages, dropping unemployment and pent-up demand, private consumption should become an important growth driver this year

Friday, January 21, 2011

Ifo at new record high

Boldly going where no Ifo has gone before. German business confidence surprised and continued its impressive performance of the last two years, increasing to a new record high. In January, the headline Ifo index increased to a smashing 110.3, from 109.9. While the current assessment weakened somewhat, expectations also hit a new record high.

The heaviest snowfalls in more than 40 years only weighed on companies’ current assessment but not on their optimism. Even if the strong weather winter was to return in the coming months, it would only delay but not stop economic growth. German fundamentals are currently simply too strong to derail the recovery any time soon. The diversified export mix, the labour market and a further strengthening of private consumption should put growth in 2011 on a broad footing. Moreover, Investment plans are back at their 2008-levels when the crisis stopped the recovery from broadening. Now, with interest rates at record-low levels and low credit hurdles (at least according to the latest Ifo surveys), the investment upswing should finally materialise.

Today’s Ifo sends a strong signal that the German economy will continue to power ahead. With a positive interplay between more investment and further job growth, the conditions to initiate a virtuous circle have hardly been better in the last fifteen years.

Thursday, January 13, 2011

Brand bij de brandweer

Tot nu toe was de Europese Centrale Bank de vliegende brandweer van de schuldencrisis van de eurozone. Noodlijdende banken? De ECB geeft ruimhartig bijna onbeperkte liquiditeit. Zwakke overheidsfinanciën? De ECB koopt staatsobligaties. Als er ergens een brand was, stond de ECB klaar om te blussen. Dit jaar kan het voor de Europese brandweer nog lastig worden. Er is namelijk vuur in eigen huis.

De inflatie is terug. In december steeg ze voor het eerst in meer dan twee jaar weer boven de magische grens van 2 procent. En het zal niet de laatste keer zijn. Sterk stijgende energie- en voedselprijzen kunnen de inflatie nog een tijdje boven 2 procent laten zweven. Daarbij komen stijgende inflatieverwachtingen en hogere looneisen in Duitsland. Het wordt moeilijk voor de ECB om haar onconventionele maatregelen te verkopen als deflatiebestrijding.

Natuurlijk volgt de ECB geen mechanisch inflatiebeleid, waarbij de rente automatisch stijgt zodra de inflatie boven 2 procent ligt. Een inflatie boven 2 procent is ook niets nieuws. Sinds 1999 stond de inflatie in de eurozone vaker boven dan onder 2 procent. Niets aan de hand, dus? Niet helemaal, want ook de inflatieverwachtingen lopen op en de loononderhandelingen in Duitsland kunnen de inflatie verder laten stijgen. Voldoende redenen voor hoofdpijn bij sommige centrale bankiers.

Een renteverhoging is nu niet aan de orde. De perifere landen van de eurozone staan er economisch nog veel te slecht voor. Een renteverhoging zou elk klein herstel in de kiem kunnen smoren. Voor de kernlanden van de eurozone is de rente misschien zelfs nu al te laag, maar de ECB zou een hogere inflatie kunnen tolereren als het vooral een hogere Duitse inflatie is. Dat zou deel uitmaken van de zogenaamde 'rebalancing' van de eurozone, met deflatoire trends in de periferie die leiden tot economische herstructureringen en meer export en inflatoire trends in de kernlanden die leiden tot meer consumptie en een verlies aan internationale concurrentiekracht. Maar leg dat eens uit aan een Duitse bevolking behept met het 'anti-inflatiegen'.

Als ook in Duitsland de inflatie boven 2 procent uitkomt (op dit moment staat ze nog op 1,7%), zal het anti-Europese sentiment weer opborrelen. Een stijging van de inflatie kan de laatste vonk zijn om de Duitse steun voor het europroject definitief te laten keren. Ook al lijkt het economisch niet zinvol de rente te verhogen, een symbolische renteverhoging voor de Duitse inflatiehaters in de loop van het jaar moet niet worden uitgesloten. Als het in het huis van de brandweer smeult, moet de brandweer eerst thuis blussen voor ze kan uitrukken om de rest te helpen.

Dit stuk verscheen eerder in het Belgische dagblad "De Tijd"

FIrst hawkish sounds from Frankfurt

The ECB just left interest rates unchanged. While Trichet was rather close-lipped on the sovereign debt crisis and possible new measures by EU leaders in the coming weeks, he sent a slightly more hawkish message on monetary policy. According to the ECB, interest rates remain “still” appropriate, suggesting that this is not self-evident anymore. Inflation will again be top of mind at the ECB in 2011.

The ECB’s macro-economic assessment has taken a shift towards more hawkishness. On growth, this shift was rather marginal and in the eyes of the Governing Council risks to growth are still “slightly” tilted to the downside. On inflation, however, the ECB sent a stronger message of hawkishness. The ECB now sees evidence of “short-term upward pressure on overall inflation, stemming largely from global commodity prices”. The phrase “while this has not so far affected our assessment that price developments will remain in line with price stability over the policy-relevant horizon, very close monitoring of price development is warranted” sends a clear signal that the ECB stands ready to scotch any pass-through of energy and food prices into the economy.

Trichet is not getting tired of repeating and stressing the ECB’s inflation track record. Since the start of the monetary union, average inflation was 1.97%, neatly in line with the ECB definition of price stability. This track record could keel over this year. Food and energy prices are not likely to drop significantly any time soon and if the impact of higher commodity prices in 2007/2008 is of any guidance, headline inflation could easily remain above 2% throughout the year. If headline inflation was to remain at its December-level throughout 2011, Trichet’s most favourite inflation track record would increase to 1.99%.

At the current juncture, a rate increase would still do more harm than good. The Eurozone periphery is economically still too weak to stomach higher rates, the sovereign debt crisis is far from over and a rate hike would not stop commodity prices from increasing. However, for the Eurozone as a whole, the monetary stance is increasingly becoming loose. Up to now, the ECB has been the first line of defense – the fire brigade – of the Eurozone’s sovereign debt crisis management. Low inflation gave the ECB ample room to implement non-standard measures. Today’s meeting clearly indicates that the ECB is reprioritizing and that inflation developments will be top of mind throughout 2011.

It looks as if we do not need to wait for Axel Weber to become ECB president to see a hawkish ECB. The ECB headed by Jean-Claude Trichet can also send hawkish statements. Of course, all will depend on commodity prices and their pass-through but with today’s meeting chances of an earlier rather than later rate hike have increased.

Monday, December 13, 2010

Het Europese 'je-weet-wel'

Ook deze week komen de Europese regeringsleiders weer bijeen voor aflevering X van 'De redding van de euro'. De rust is nog niet teruggekeerd op de financiële markten en momenteel speelt de Europese Centrale Bank de rol van enige echte Europese crisismanager. Als de regeringsleiders de ECB uit die rol willen schrijven, moet het 'je-weet-wel van de eurozone' ter sprake komen.

De laatste scripts om de Europese schuldcrisis op te lossen zijn niet alleen omstreden en controversieel, maar ze missen zelfs doel. Een verhoging van het huidige noodfonds of het instellen van gemeenschappelijke euro-obligaties koopt alleen tijd en is vooral gebaseerd op de hoop dat probleemlanden snel weer op hun eigen pootjes staan. Die hoop is steeds onrealistischer. Volgens de Europese Commissie stijgt de schuldquote in Griekenland tot 2012 naar 156 procent van het bruto binnenlands product, in Ierland naar 114 procent en in Portugal naar 92 procent. Het duurt nog jaren voor die landen de opwaartse schuldspiraal kunnen ombuigen door het creëren van begrotingsoverschotten of sterke economische groei. Het maakt daarbij nauwelijks uit welke rente zij op hun schuld moeten betalen. Op dit moment zou zelfs de lage Duitse rente voor de Europese probleemlanden nog te hoog zijn om het sneeuwbaleffect tegen te houden. Het wordt in de eurozone steeds duidelijker dat er landen zijn waar 'je-weet-wel' en niet liquiditeit het probleem is.

Het Europese 'je-weet-wel', dat was tot nog toe 'solvabiliteit'. Zoals Voldemort bij Harry Potter niet genoemd mag worden. Bondskanselier Angela Merkel heeft ertoe bijgedragen dat 'je-weet-wel' na 2013 kan worden besproken, maar de politieke boodschap is niet helder: ná 2013 is er met het nieuwe Europese stabiliteitsmechanisme de mogelijkheid tot schuld- herstructurering, vóór die tijd niet. Die inconsistente boodschap heeft alleen zin als Europa er alles aan doet om tot 2013 geen land te laten vallen. Maar waarom zou Europa dat doen?

De situatie in de landen van de eurozoneperiferie begint steeds meer te lijken op die van de Latijns-Amerikaanse landen in de jaren 80. Hoge schulden, forse bezuinigingen en een zwakke economische groei. In Latijns-Amerika kwam de economie pas weer in een hogere versnelling toen het Brady-plan een schuldherstructurering in de hele regio organiseerde. 'Haircuts' voor beleggers. Een scenario van een explosief einde is beter dan een explosie zonder eind.

Het Europese crisisbeleid was het afgelopen jaar te vaak gericht op 'damage control', op het isoleren en bestrijden van besmetting. De Europese regeringsleiders moeten de kans pakken om dit keer niet alleen een, maar twee stappen vooruit te kijken. Daarbij moet 'je-weet-wel' bij zijn naam worden genoemd: solvabiliteit.

Dit stuk verscheen eerder in het Belgische dagblad "De Tijd"

Monday, October 4, 2010

Duitsland op weg naar bloeiende landschappen

De zomer van 1990 was de zomer van beloftes en hoge verwachtingen. De Berlijnse Muur was gevallen en heel Duitsland was in een roes van hereniging. Het eerste hoogtepunt was de overwinning op het wereldkampioenschap voetbal, waarna het grote Duitse voetbalidool Franz Beckenbauer aankondigde dat West- en Oost-Duitsland samen nu jaren onbedwingbaar waren. Het tweede, nog grotere hoogtepunt, was de Duitse hereniging op 3 oktober, waarna bondskanselier Helmut Kohl 'bloeiende landschappen' in Oost-Duitsland beloofde. Beide toekomstvisioenen uit de recente Duitse geschiedenis zouden lange tijd niet uitkomen.

De Duitse hereniging is meer dan een puur economisch verhaal. Het is het beste bewijs dat economie en economen zich soms moeten onderwerpen aan de politieke realiteit. De politieke realiteit in de zomer van 1990 was dat het eigenlijk niet de economen of de politici waren die over de hereniging onderhandelden, maar de mensen met hun voeten. Sinds de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 verlieten dagelijks goed opgeleide werknemers de DDR, westwaarts. Mensen, die nodig waren om de Oost-Duitse economie weer op te bouwen.

Economische bezwaren tegen een snelle hereniging sneuvelden bij gebrek aan tijd. Het resultaat was een omwisselkoers van 1 Ost-Mark tegen 1 D-Mark voor regelmatige betalingen (zoals lonen, huur, pensioen) en van 2 Ost-Mark tegen 1 D-Mark voor vermogen (met een kleine vrijstelling). Latere studies toonden aan dat een economisch onderbouwde koers waarschijnlijk dichtbij 8 Ost-Mark tegen 1 D-Mark had moeten liggen.

De omwisselkoers was een welkomstcadeau. Politiek onvermijdelijk, maar toch een behoorlijk zware hypotheek voor de Oost-Duitse economie. Al vlak voor de val van de Muur stond de Oost-Duitse economie aan de afgrond en op de rand van een faillissement. De hele industrie was verouderd, investeringen in machines of werknemers waren er al jaren niet meer gebeurd. Er bestond geen middenstand in de economie, Oost-Duitse producten waren volledig oncompetitief op de wereldmarkten en er was veel werkgelegenheid in de bredere publieke sector. Toen de vakbonden onmiddelijk na de hereniging ook nog loonsverhogingen konden doordrukken, bezweek de DDR-economie.

Er volgde een ongekend stimuleringsprogramma.Transferbetalingen, belastingincentives, investeringen in infrastructuur en de opbouw van een compleet nieuwe sociale zekerheid hebben in de afgelopen 20 jaar ongeveer 1.700 miljard euro gekost. Dat is bijna 70 procent van het huidige Duitse bruto binnenlands product (bbp), of meer dan 1.000 euro per hoofd per jaar.

Goudzoekers

De eerste sector die op het stimuleringsprogramma kon meeliften, was de bouwsector. Gestimuleerd door belastingincentives en gunstige afschrijvingsregels, beleefde de Oost-Duitse bouwwereld een enorme boom. Een sfeer van goudzoekers hing over het hele land. Mensen verdienden vermogens door het moderniseren en weer doorverkopen van gebouwen. Banken hielpen mee aan deze boom door riante kredietverleningen. Toen op een gegeven moment de incentives werden afgeschaft en de daadwerkelijke waarden veel lager bleken dan de boekwaarden, ontplofte een zeepbel. Gelijkenissen met recente ontwikkelingen elders in Europa en andere landen zijn puur toevallig.

Met het einde van de bouwwoede gaven veel mensen alle hoop op voor de Oost-Duitse economie. Het relatief hoge loonniveau in Oost-Duitsland schrikte investeerders af. Wat moet je ook in Oost-Duitsland, als je veel goedkopere arbeid iets verder in Oost-Europese landen kon krijgen? Daarom moest de Oost-Duitse economie zich richten op toekomstgeoriënteerde industrieën met hoog opgeleide werknemers. Op de tiende verjaardag van de hereniging was er een gevoel van wanhoop. Toch ging het stimuleringsbeleid door, kwam er een flexibeler loonbeleid en werd er - een voor Oost-Duitsers onbekende - ondernemersgeest gekweekt.

Het heeft tot ongeveer 2005 geduurd, maar er zijn steeds meer aanwijzingen van de bloeiende landschappen van Helmut Kohl. Er is een middenstandscultuur ontstaan, en in de afgelopen jaren is het gelukt internationale topbedrijven op te bouwen in de chemische industrie, de verwerkende industrie, hernieuwbare energie en optische technologie.

Tussen 1991 en 2009 is het bbp per hoofd gestegen van 43 procent van het West-Duitse niveau naar 73 procent. Tussen 2005 en 2009 is de werkloosheid met meer dan een half miljoen mensen gedaald. De werkloosheid in Oost-Duitsland is op dit moment zelfs lager dan in de Amerikaanse staat Californië.

Ook na 20 jaar is het proces van de Duitse hereniging nog niet afgerond, maar de vooruitgang is voelbaar. Wie twintig jaar geleden een bezoek bracht aan Oost-Duitse steden en dat nu herhaalt, zou verbaasd zijn door de veranderingen. Een bezoek aan steden als Leipzig, Dresden of Berlijn is het beste aanschouwelijke onderwijs voor de impact van investeringen in infrastructuur en steden.

Maar natuurlijk zijn er ook verliezers van de hereniging. Bijna een hele generatie die in de DDR is opgegroeid, werd meer of minder in de werkloosheid gedrukt. Er zijn niet weinig mensen die in nostalgie zwelgen en stiekem de DDR terug wensen. Sommige streken of regio's zijn helemaal verlaten omdat er geen werk was, en er wordt vaak gesproken van een verloren generatie. Bij de jongere generaties bestaat de 'Muur in de hoofden' echter nauwelijks meer, en maakt het niet meer uit of iemand een 'Wessi' is of een 'Ossi'.

De grote (economische) uitdaging voor Oost-Duitsland bestaat erin de nieuwe generatie 'thuis' te houden. Dat kan alleen maar als er perspectieven voor de toekomst worden aangeboden. De uitdaging voor de komende jaren is de nu ontstane landschappen tot echte bloei te laten komen. De komende negen jaar zal de overheid en de bevolking nog meehelpen via transferbetalingen en subsidies. Daarna moet Oost-Duitsland in staat zijn zichzelf te redden. Met de ervaring van de afgelopen 20 jaar is dat mogelijk.

IRONIE

Het is misschien een ironie van de geschiedenis dat er juist op de 20ste verjaardag van de Duitse hereniging een Europese discussie is over Europese solidariteit en de economische gevolgen van een gemeenschappelijke munt. De geschiedenis van 20 jaar Duitse hereniging heeft veel interessante lessen voor het Europa van nu. De afgelopen twee decennia laten zien dat er met politieke, maar ook maatschappelijke wil zogenaamde structurele hervormingen mogelijk zijn. Er is leven na een uiteengespatte vastgoedzeepbel, en het is mogelijk concurrentiekracht terug te winnen. Er is alleen veel uithoudingsvermogen nodig.

Het herenigde Duitsland heeft dat achter de rug, en gaat een rooskleurige toekomst tegemoet. Het is te vroeg van een nieuw Wirtschaftswunder te spreken, maar een van de grote toekomstvi- sioenen uit 1990 lijkt toch nog uit te komen. Op de tweede moeten we nog minstens vier jaar wachten.

Dit stuk verscheen eerder in het Belgische dagblad "De Tijd"

Thursday, September 30, 2010

More good news from the German labour market

German unemployment dropped by a non-seasonally adjusted 156,800 in September. Officially, 3.031 million Germans are unemployed. This is the lowest level since November 2008. In seasonally-adjusted terms, unemployment dropped by 40,000, pushing the seasonally-adjusted unemployment rate further down to 7.5%, from 7.6% in August.

On time for the 20th anniversary of German reunification, the German labour market has become a real success story. This has not always been the case. The reunification shock, a rigid labour market and slack in the economy had sent unemployment rates to double-digit levels for many years. The drop in unemployment from 12% in 2005 to the current level should be a good lesson for other countries, showing that structural reforms can yield positive results. But a lot of stamina is required.

Looking ahead, today’s labour market report bodes well for private consumption. Dropping unemployment numbers should bring psychological support for consumers, increasing the feel-good-factor. Even more important for private consumption, employment has been increasing since the beginning of the year and this trend should continue. Employment expectations are close to historical highs and the official vacancy index, BA-X, has returned to its pre-crisis level.

The German labour market has defied many sceptics and it is hard to find reasons why the current trend on the labour market should not continue. Even the reduction of the short-time work schemes does not affect the positive trend. With the current tail wind, it should not take long before unemployment will drop below the psychological threshold of 3 million. The good-news-show will continue.