Tuesday, February 9, 2010

A good old friend

At least there is one reliable source of growth. German exports continued their recent upward trend in December, increasing by 3.0% MoM, from 1.1% MoM in November. At the same time, imports increased by 4.5% MoM, after a 6.2% decrease in November. As a consequence, the trade surplus narrowed to 13.5 billion euro, from 17.2 billion euro in November. Since March last year, German exports have increased by more than 10%.

All recently released data indicate that the recovery has slowed down in the fourth quarter. The first estimate will be released on Friday and is likely to show only a moderate growth. However, only at first glance would this mean that the recovery has ended before it really got started. At second glance, the picture looks much better. The inventory cycle is still turning and should lead to a significant growth impulse in the coming quarters. Moreover, stock building in China is still continuing and the upshot of public finance problems in the Eurozone is that no one talks about export-hindering euro strength anymore. In nominal effective terms, the euro exchange rate has lost more than 3% since the beginning of the year and is now back at its level of February 2009.

Today’s numbers highlight once again that the German economy can almost always rely on a helping hand from the export sector. The road might be bumpy but it is the road to recovery and not a dead-end street.

Monday, February 8, 2010

Een Griekse tragedie – bedrijf twee

De Griekse tragedie gaat verder. Eerst was het alleen Griekenland, rampzalig begrotingsbeleid, een torenhoge overheidsschuld en het gesjoemel met de statistieken, die de markten in rep en roer brachten. Nu verspreid zich de onzekerheid op andere Europese landen. Portugal, Italië, Griekenland en Spanje, sommige gebruiken de eerste letters van deze vier landen als beschrijving van de slechte staat van hun overheidsfinanciën, worden nu allemaal in een rijtje genoemd als mogelijke kandidaten voor een staatsfaillissement. In bedrijf twee van de Griekse tragedie is de varkensjacht begonnen.

Echter, George Orwell heeft in zijn boek “Animal Farm” al geschreven dat alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan anderen. Vorig jaar kon dat al worden gezegd over de Oost-Europese landen. Toen dacht ook iedereen dat heel Oost-Europa zou gaan ontploffen omdat Hongarije financiële problemen had. Nu bijna een jaar later, is er geen enkel Oost-Europees land failliet, hebben de EU en het IMF wel financiële steun moeten geven aan sommige landen en zijn overheden flink aan het bezuinigen.

Ook de landen rondom de Middellandse Zee zijn niet allemaal hetzelfde. De Griekse situatie wordt door geen ander land geëvenaard. De overheidsschuld in Spanje bedroeg vorig jaar rond 55% van het BBP en in Portugal rond 77%, vergeleken met 113% in Griekenland. Alleen Italië had met 115% van het BBP een “Griekse” schuldprobleem. Ook de begrotingstekorten zijn verschillend. Met bijna 13% BBP had Griekenland afgelopen jaar het hoogste begrotingstekort van alle Eurozone landen. Portugal had een tekort van 8%, Spanje 11% en Italië 5%. Geen geweldige cijfers, maar de Griekse combinatie van hoge schuld en een hoog begrotingstekort is uniek.

Als de storm niet overwaait, zijn er een aantal scenario’s denkbaar. In het meest gunstige scenario blijven de spreads op Griekse, Spaanse en Portugese staatsobligaties hoog, maar kunnen de landen blijven lenen op de kapitaalmarkt. De regeringen implementeren bezuinigings- en hervormingsplannen en verliezen daarmee niet het vertrouwen van de kapitaalmarkten.

Als de bezuinigingen niet (of alleen gedeeltelijk) worden uitgevoerd, of de landen het vertrouwen op een andere manier verspelen, is een technisch faillissement mogelijk. In dit geval zou waarschijnlijk financiële steun van de EU (of zelfs het IMF) volgen. Of met een directe lening of met een garantiestelling voor nieuwe obligaties. In dit scenario zouden de redders uiteraard iets terug vragen, namelijk de bezuinigingen en hervormingen die de landen vrijwillig niet hebben doorgevoerd. De landen zouden in zo’n geval deels economische soevereiniteit verliezen.

In een geval van faillissement zonder steun van derden, zou een land kunnen beslissen zijn verplichtingen voor schuldeisers niet of niet meer volledig na te komen. Argentinië en Rusland zijn voorbeelden hiervan. Het vertrouwensverlies zou echter groot zijn. Een alternatief is bijvoorbeeld het invoeren van een duale munt. Het land behoudt de euro voor internationale transacties en gebruikt voor de binnenlandse economie een nieuwe ‘munt’ in. Zo zou Griekenland of elk ander land in theorie kunnen devalueren zonder uit de Eurozone te moeten stappen. Of daarmee het vertrouwen van beleggers terug kan worden gewonnen, is echter niet duidelijk.

Het laatste scenario is ook het meest onwaarschijnlijke. Namelijk dat een land de Eurozone zou verlaten. Voorzien is deze optie in de Europese Verdragen niet, maar juridisch is het blijkbaar mogelijk; praktisch echter niet. Behalve de spontane bankencrisis die zo’n stap zou veroorzaken (alle Grieken zullen snel hun euro’s over de grens brengen en ook buitenlands kapitaal vlucht weg), maakt het de schulden alleen maar ondragelijker. De Griekse overheid heeft geleend in euro en moet ook in euro’s terugbetalen. Dat wordt met een waardeloze eigen munt onbetaalbaar.

Hoe dan ook, het is vooral aan de landen zelf om met een oplossing te komen. Alleen geloofwaardige bezuinigingen en economische hervormingen zullen helpen om het vertrouwen van beleggers en markten vast te houden. Deze lijn van zelfverantwoordelijkheid volgt ook de Europese Unie. De Europese Commissie heeft vorige week al een eerste stap gezet. De Grieken komen nu min of meer onder curatele te staan van Brussel. De Europese Commissie steunde afgelopen week de Griekse begrotingsplannen, maar maakte ook bekend vanaf nu permanent over de Griekse schouder mee te kijken. Nog nooit eerder heeft de Commissie alle beschikbare instrumenten tegen een land op hetzelfde moment gebruikt. Aangescherpt toezicht op het begrotingsbeleid, duidelijke aanbeveling voor structurele hervormingen en een juridische procedure tegen de creatieve boekhouding. De Europese ministers moeten deze maatregelen nog goedkeuren. Maar anders dan bij eerdere pogingen van de Commissie om landen aan te pakken, is de verwachting dat de ministers de maatregelen niet zullen afzwakken.

In dit tweede bedrijf van de Griekse tragedie zijn de financiële markten bezig met een varkensjacht. Het is echter niet duidelijk wat de markten echt zoeken en het lijkt soms meer op “Animal Spirit” dan op “Animal Farm”. Een daadwerkelijk faillissement? Een Europese reddingsactie? In ieder geval het laatste lijkt niet zo snel te gebeuren. Zelfs als er nu een verzekering zou komen voor Griekenland, zou de speculatie door gaan of Europa ook bereid zou zijn de kolen uit het vuur te halen voor Spanje, niet eens te denken over Italië. Economieën of overheidsfinanciën kunnen niet binnen een dag van koers veranderen. Geen regering kan zijn begrotingstekort binnen een week van 13% BBP naar 3% BBP terugbrengen. Dat is echter wat de financiële markten op dit moment blijkbaar verwachten. De strategie van de andere Europese landen richting Griekenland, maar ook richting Spanje en Portugal lijkt op dit moment heel duidelijk: het is jullie probleem en niet ons probleem. Als andere landen nu al zouden bijspringen om te helpen, zou dat een verkeerd signaal geven. Europa kan op dit moment niet meer veel doen, dan harde taal te gebruiken. Het tweede bedrijf van de Griekse tragedie was de varkensjacht. Het laatste bedrijf moet nog worden geschreven. Hoewel wij nog steeds een “happy end” verwachten, kan de spanning in eerste instantie nog oplopen.

Thursday, January 14, 2010

Nieuwe kleren voor de Keizer?

Soms gebruiken Europese politici en ambtenaren griezelige woorden. Zoals 'beleidscoördinatie'. Zodra een doelstelling niet is bereikt - van Europa de meest competitieve economie van de wereld maken, of iedereen zich netjes aan de regels van het Stabiliteitspact laten houden - hoor je vanuit de Europese instellingen de roep om meer Europese coördinatie. De strategie wordt aangepast, er komen meer vergaderingen, maar niemand zegt: 'Kijk, de keizer heeft geen kleren aan!'
Die rol lijkt nu de Spaanse premier José Luis Zapatero op zich te willen nemen. Is zijn idee voor meer en stevigere beleidscoördinatie een pleidooi voor een Europese regering? De Franse president, Nicolas Sarkozy, is al langer bezeten van zo'n idee, dat ook wel wordt gezien als een napoleontische poging om de onafhankelijkheid van de ECB te ondermijnen en de regels van het Stabiliteitspact te versoepelen. Berlijn en Londen zien daarom in Zapatero een spreekbuis van Sarkozy en reageren meteen met de bekende aversie tegen meer Europa. De keizer hoeft geen nieuwe kleren. Toch zou vooral Duitsland beter overwegen de gebruikelijke reflexen eens te heroverwegen.

Het kernprobleem van het economisch beleid in Europa is niet het gebrek aan coördinatie, maar het gebrek aan een functionerend en bindend systeem van beloning en straf. Dat laatste ontbreekt vooral in economisch goede tijden. Europa reageert pas als het te laat is. De slechte overheidsfinanciën, de creatieve boekhouding en het dramatische verlies aan concurrentiekracht in Griekenland zijn al jaren bekend. Bindende beleidsinterventies hadden de huidige situatie kunnen voorkomen. Dat geldt ook voor Ierland en Spanje. Ierland werd er jaren geleden op aangesproken zijn zeer goed draaiende economie niet te stimuleren met een belastingverlaging. Spanje werd vier jaar geleden al gewaarschuwd voor de zeepbel op de vastgoedmarkt. Geholpen heeft het niet. Een functionerende stok in de hand van Europa had die landen tegen zichzelf kunnen beschermen en Duitsland kunnen besparen dat het uiteindelijk in de buidel moest tasten om de eurozone te redden.

Natuurlijk brengt meer Europa ook het probleem van democratische legitimiteit met zich mee, maar gewoon doorploeteren werkt niet meer. Kopenhagen en de lachwekkende pogingen om met China over de wisselkoers te praten hebben duidelijk gemaakt dat het huidige model van vrijblijvende economische beleidscoördinatie niet meer werkt. De problemen alleen met fluwelen handschoenen aanpakken zal niet leiden tot een duurzame grotere economische groei. Wil Europa ook internationaal weer een vuist kunnen maken, dan is een 'wortel en stok'-politiek noodzakelijk. Het wordt tijd dat niemand nog om de keizer lacht.

Deze column verscheen eerder in het Belgische dagblad De Tijd.

Wednesday, January 13, 2010

German GDP dropped by 5% in 2009

It is a strange habit of the German statistical office to release GDP data for the entire past year before actually publishing fourth quarter data. According to the just released numbers, German GDP dropped by 5% in 2009, the strongest fall since WWII. This was hopefully the last reminder of the severity of the recession.

The recession is yesterday’s story; today’s story is the ongoing recovery. Today’s numbers, however, mask a slowdown of the rebounce in the fourth quarter. The annual GDP drop by 5% would, without any revisions to previous quarters, imply a meagre growth of around 0.2% QoQ in the fourth quarter. The official results for the fourth quarter will only be released in a month from now and some revisions could be possible.

The economic recovery and particularly the surprisingly stable labour market have limited the worsening of public finances in Germany. According to the statistical office, the government’s budget deficit amounted to 3.2% of GDO. Despite all government stimulus packages, the deterioration of public finances has been much more limited than in most other Eurozone countries.

Looking ahead, the recovery will continue this year. With GDP growth above 2%, we expect the German economy to be the growth engine of the Eurozone in 2010. However, the recovery is mainly export-driven, while private consumption except for stimulus-driven car sales remains an untapped source of growth. Rebalancing the economy towards more domestic driven growth looks differently. Not everything is hunky-dory.

Monday, January 11, 2010

Mehr Schein als Sein

Die Europäer in Brüssel sehen Europa gerne als echte Weltmacht. Die Klimaverhandlungen in Kopenhagen haben jedoch schmerzhaft gezeigt, dass die echten Entscheidungen ohne Europa getroffen werden. Ein starkes Europa ist immer noch mehr Schein als Sein. Das gilt nicht nur auf der politischen Bühne, sondern auch auf der wirtschaftlichen. Der starke Euro hat in den letzten Jahren zwar den Europäischen Exporteuren das Leben schwer gemacht, in Brüssel jedoch für ein neues Selbstwertgefühl gesorgt. Jetzt droht dem Euro das gleiche Schicksal wie der Politik: eine Rückkehr auf den Boden der Tatsachen.

Bis Ende letzten Jahres gingen Risikofreude der Anleger und Wechselkurse Hand in Hand. Die Nullzinspolitik der amerikanischen Fed machten Anlagen in Europa und Schwellenländern interessanter. Das Ende des US Dollars als internationale Leitwährung schien eingeläutet. Im gerade angebrochenen Jahr sollten Anleger jedoch vorsichtig sein mit dieser neuen Faustregel. Was Wechselkursentwicklungen betrifft ist Risikoappetit Schnee von gestern – 2010 wird das Jahr der Zinsdifferenzen.

Die Abgesänge auf die amerikanische Wirtschaft sind erst einmal verklungen. Der Arbeitsmarkt scheint das Schlimmste hinter sich zu haben und auch der geplagte Immobilienmarkt stabilisiert sich. Die amerikanische Wirtschaft wird dieses Jahr zum ersten Mal seit 2005 wieder stärker wachsen als die europäische. Zeit für die Fed, sich langsam mit Zinserhöhungen zu beschäftigen. Das tut die EZB auch, aber Zinserhöhungen werden in Amerika eher und aggressiver kommen als in Europa und den Dollar bis zum Ende des Jahres beflügeln.

Doch der Schein trügt. 2010 wird nur ein zinsbeflügeltes Intermezzo. Asiatische Länder, allen voran China, warten nur auf den richtigen Augenblick, Teile ihrer Dollarreserven zu verkaufen. Der Amerikanische Exportsektor kann sich auch Besseres vorstellen als einen geschäftsschädigenden starken Dollar, und die amerikanischen Konsumenten müssen sich auch noch an ein Leben ohne Kauf auf Pump gewöhnen. Der Euro wird spätestens 2011 wieder glänzen.

Aus: Euro am Sonntag, 10.1.2010, Letter from...Brussels

Friday, January 8, 2010

Picking up again

German industrial production increased by 0.7% MoM in November, from a 1.7% drop in October. On the year, industrial production is still down by 8%. The increase in industrial production was spread widely across sectors. Durable consumer goods recorded the strongest increase with 2.5% MoM.

After a temporary halt in October, German industrial production has picked up steam again. Looking ahead, the current momentum should continue. The inventory cycle is still turning and German manufacturing should continue to benefit from an investment-led global recovery. Of course, it will be hard to match the growth rates of industrial production in recent months. These were due to the initial rebound. Now, the industrial sector is entering a period of more normal growth rates. The upside of this development is that every single month with positive news from the industry adds to the hope that further job losses should be limited

The last two days have again laid bare the strengths and weaknesses of the German economy. Exports and industrial production are powering ahead. This should not only result in a very strong fourth quarter but should also continue the recovery this year. At the same time, private consumption stays behind and disappoints. Rebalancing the economy towards more domestic driven growth looks differently. If this is the best, in terms of economic growth, the Eurozone has to offer this year, there is obviously no need for the ECB to be in rush with rate hikes.

Friday, December 18, 2009

Unstoppable?

German business confidence increased for the ninth consecutive month in December, reaching a 16-months high. The German Ifo index increased to 94.7 in December, from 93.9 in November. Both the expectations component and the current assessment component improved. The expectations component is now at its highest level since January 2008, while the current assessment is also catching up, reaching a 12-months high. The expectation gap is closing slowly, indicating that fears of a double-dip scenario as in 2002 and 2003 should have been exaggerated.

Obviously, the German industry is bouncing back. Some sectors already have already outweighed half of the crisis-related losses. As usual during the first stage of the recovery, the chemical sector and, due to the car scrap scheme, the automobile industry have been leading recovery. Mechanical engineering and electronics are still lagging behind and have just turned around. Or putting it more positively: have still a lot of upward potential.

Today's good Ifo reading completes a positive end to a horrible year. Confidence indicators have rebound with a nice v-shape since the beginning of the year. Of course, the real economy is still lagging but our favourite three-months average of the Ifo predicts good news for industrial production in the months ahead. Structural elements of the government's stimulus package like infrastructure projects will still have to unfold their full impact next year. Furthermore, exports will continue to be a main growth driver as the global recovery gathers speed and even the German consumer should not be abdicated completely. Of course, this will not be enough to undo the crisis immediately. Low capacity utilisation and increasing unemployment will remain a painful reminder of the severity of the crisis. Nevertheless, all ingredients are there to make 2010 a year to look forward to.